Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is dokter Eros en zijn vrouwtje." „Wat een lief kleurtje ? Echt koekt langsêp ')• En tamelijk groot en slank voor een Indisch meisje.'

„En is ze kenbaar als quadroon, toch is Eliza schoon. „Je wordt dichterlijk. Zij zijn stellig niet lang getrouwd." „Een jaar of twee geloof ik ï

Op dat oogenblik naderde een jonge man de twee vrienden. Hij was van korte gestalte. Een strooien hoed dekte zijn hoofd en overschaduwde zijn gelaatstrekken. Hij had een stompje sigaar in den mond waarom een niet onaardig, kort geknipt snorretje prijkte. Toen hij Colmans bemerkte groette hij, welken groet Colmans beantwoordde. Tegelijkertijd viel het stompje sigaar uit zijn mond. Dat dit niet met zijn wil geschiedde bewees de spijtige blik waarmee hij het stompje naoogde. De uitdrukking van spijt, die over zijn trekken gleed, deed Stavermans lachen en Colmans ook.

„Wie is dat mannetje?" vroeg Stavermans.

„Dat is Eelbrecht, een kennis van mij. Hij komt mij dikwijls in mijn kamer opzoeken en een gezelligen boom opzetten. Hij heeft van die nuchtere denkbeelden. Ik sprak eens met hem over mooie en leelijke vrouwen en mannen. En weet je wat hij zeide ?'

„Nu!"

„Goed beschouwd is 't toch impertinent om iets dat God geschapen heeft leelijk te noemen. Het bewijst slechts onze t kortzichtigheid, onze onvolkomenheid, onze wulpschheid.

„Nu, ik kan hem geen ongelijk geven."

„Verder vindt hij 't beter om de menschen niet op straat te groeten, omdat Christus tegen *t groeten was. Beleefdheid en galanterie zijn uit den Booze, zegt hij. Het zijn ontaardingen van vriendelijkheid en voorkomendheid. De beleefde, de galante raapt een zakdoek op voor een dame, liefst een jonge mooie dame. Hij zal 't niet voor een heer doen; de vriendelijke en voorkomende doet *t voor elkeen, en vraagt geen dank."

„Daareven groette hij toch."

I) Geelblank, volgens velen de schoonste huidskleur op aarde. Een officier, aan den arm van zijn vrouw met koelit langsép in een Duitsche stad wandelende, hoorde overal de uitroep, wat schoone kleur, wat schoone kleur. Echter zij opgemerkt dat de vrucht langsêp een vuilgele kleur heeft van nabij bekeken, en alzoo die naam niet past.

Sluiten