Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na deze uitwijding over het inwendige, verdient de totaalbouw' der pyramide een korte bespreking. Zooals bekend zijn de pyramiden met de zijden naar de hemelstreken georiënteerd, dit in tegenstelling met de tempeltorens van Babylonië, die als regel zijn gekeerd naar de windrichtingen waaruit de goden zich openbaren 112. De oriënteering van de pyramide van Cheops is, naar bekend mag verondersteld, van verbazende nauwkeurigheid. De Oostkant wijkt slechts 5' 3" Westelijk van het ware Noorden 113. De vaststelling van het ware Noorden is echter eenvoudiger dan in het algemeen wordt gedacht. De astronoom-assyrioloog Kugler wijst op de poolster en de gnomon-methode, als eenvoudige methoden die den ouden kuituurvolken bekend kunnen zijn geweest 114. Bij de poolster-methode wordt de richting naar de poolster op aarde geprojecteerd, bij de gnomon-methode wordt de hoek tusschen twee evenlange schaduwen (voor- en namiddag), middendoor gedeeld. Borchardt wijst op de methode met behulp van niet-circumpolairsterren 115. Hierbij wordt de hoek tusschen de richting naar op- en ondergang eener ster, middendoor gedeeld.

Het uitzetten der groote pyramide wordt door Borchardt in hoofdzaak als volgt aangegeven 116. Aangevangen werd met de aanname van het midden van het grondvlak, op een natuurlijke hoogte gelegen, wijl, naar wordt aangenomen, het terrein niet werd geëgaliseerd. De kruin der hoogte was tot een horizontaal vlak bewerkt geworden, waarop het midden van het grondvlak werd gefixeerd. Vanuit dit midden werd, middels de sterrenmethode, de zuid-noord-richting vastgesteld en deze richting op de rots, ook omlaag op het „maaiveld", met een rits aangegeven. Daarna werd de halve zijde van het grondvlak vanuit het midden naar het Noorden uitgemeten (waarbij het hoogteverschil geen moeilijkheden zal hebben opgeleverd), waardoor het punt der noordkant werd verkregen. Misschien, maar dit is niet vastgesteld, werd de halve zijde ook naar het Zuiden uitgemeten; dit blijve hier evenwel buiten beschouwing. De noordkant der pyramide werd verkregen met behulp der meetkundige constructie: in een punt van een gegeven lijn en loodlijn op te richten. Deze constructie, middels gelijkbeenigen driehoek (waarvoor de hartlijn naar het Noorden moest worden verlengd), hebben de Egyptenaren zonder bezwaar kunnen uitvoeren. De noordkant moest vervolgens worden uitgemeten door de halve zijde naar het

Sluiten