Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oosten en Westen af te passen. De constructie van het oprichten der loodlijn moest vervolgens tweemaal worden herhaald en wel tot vaststelling van de oost- en westkant der pyramide. Daarna konden deze zijden worden uitgemeten. Als laatste konden zuidoost en zuid-west hoekpunt worden verbonden.

Dat centimeter-nauwkeurigheid bij dit uitzetten door de oude bouwmeesters niet kon worden bereikt, ligt voor de hand. Toch is het resultaat nauwkeurig te noemen. De juiste lengten der grondkanten mogen hier worden meegedeeld 117:

Lengte der noordribbe: 230,253 meter, „ oostribbe: 230,391 „ zuidribbe: 230,454 „ ,, „ westribbe: 230,357 ,,

In het bijzonder de hoogtebepaling der hoekpunten en het uitzetten der rechte hoeken, is met groote nauwkeurigheid geschied.

Wat de helling en daarmee de bekleeding der pyramide betreft, zij als technische bijzonderheid eerst medegedeeld dat de bekleeding, voor zoover aanwezig, met het kernmetselwerk (wel tot den buitensten ring), tegelijk is uitgevoerd 118. Dat de helling 51° 50' 40" bedraagt119, is sedert lang bekend, al verschilt deze moderne meting iets van voorgaande metingen in de 19e eeuw. De hoogte der pyramide heeft ± 147 meter bedragen. Deze hoogte is tamelijk nauwkeurig gelijk den straal van een cirkel met een omtrek gelijk aan den omtrek van het grondvlak der pyramide. Hieruit is de theorie der pi-helling ontstaan, die niet alleen voorkomt bij pyramidentheoretici, maar ook bij een Egyptoloog van naam als Flinders Petrie 12°. Borchardt (die naar het schijnt niet weet dat Petrie — 1923 — deze theorie wel onderschrijft), verwerpt haar en geeft voor de helling der Cheopspyramide de oud-egyptische maat 5V2 handbreedten op een 1 el hoogte121. Hellingen werden n.l. op deze wijze, door een verhouding (bij ons gebruikelijk tot het bepalen van een talud), bepaald. Uit deze verhouding, 5y2 H op 1 E (= 5/2 : 7), ontstaat pi als toeval.

Men moet erkennen dat in deze pi-kwestie eenige onnauwkeurigheid ligt die ook Borchardt schijnt te zijn ontgaan. Onderscheid moet n.l. worden gemaakt tusschen pi voor het berekenen van het oppervlak en eenvoudig 22/7 voor het berekenen van den omtrek van den cirkel. Dat de Egyptenaren voor het be-

Sluiten