Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rekenen van het oppervlak pi niet hebben gekend, staat vast. Blijkens berekeningen op papyri werd het oppervlak berekend door den cirkel te beschouwen als een vierkant met een zijde gelijk 8/9 M (diameter)122. Dat pi, zooals dit getal door ons wordt opgevat (3,14 .... voor het berekenen van omtrek en oppervlak) in de pyramide kan zijn vastgelegd, is dus uitgesloten.

Een andere vraag is of de waarde 22/7, voor het berekenen van den cirkelomtrek, den Egyptenaren bekend en in de pyramide vastgelegd kan zijn geweest. Narekening geeft, zooals werd aangegeven, tamelijk nauwkeurig deze waarde. Neemt men aan dat inderdaad de afmetingen der pyramide door de waarde 22/7 zijn bepaald geworden, dan is- te vragen of hierin opvallende mathematische kennis moet worden gezien. Dit blijkt niet het geval te zijn. Deze waarde 22/7 kan zonder berekening, zuiver proefondervindelijk worden gevonden en ook afgezien van de groote pyramide zou men kunnen aannemen dat deze waarde voor het berekenen van den cirkelomtrek, den Egyptenaren bekend is geweest.

Op de praktische beteekenis van den cirkelomtrek behoeft nauwelijks te worden gewezen. Tot het maken van elk cirkelvormig sieraad is het van belang de omtrek te kennen. Het ontwikkelen van den cirkel, of tenminste een hem gelijkende kromme, is uitgevoerd geworden vóór men de geringste theoretische notie ervan heeft gehad. Reeds in het afleggen van den buikriem vindt het ontwikkelen plaats. Den juisten omtrek van een cirkel langs praktischen weg te .bepalen, n.l. door een touw of metaaldraad om het betreffende voorwerp te spannen, is den Egyptenaren vanzelfsprekend bekend geweest. Een verhouding tusschen middellijn en omtrek te leeren kennen, zal men hen wel zeker mogen toeschrijven. Exacter gesproken, de juiste verhouding. Want ook een verhouding was vanzelfsprekend bekend. Deze verhouding vindt uitdrukking in de woorden dik en dun, b.v. voor een vinger, arm of hals. Zij duiden aan dat bij een bepaalde „middellijn" een vaste omtrek behoort. Een verband tusschen middellijn en omtrek behoefde dus niet te worden gezocht, het was van den aanvang aanwezig, al werd het niet helder gezien. Het geringste theoretisch denken evenwel moest het verband „ontdekken". De juiste verhouding was daarmede tevens gevonden, want de middellijn af te passen op den ontwikkelden omtrek lag nu voor de hand. Dit ging driemaal, plus een rest. Deze rest ging juist 7 maal op

Sluiten