Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij sluimert niet, noch wordt moede of mat, noch vergeet mij, noch zal in eeuwigheid veranderen ! Hij zegt: „Ik héb u liefgehad met eene eeuwige liefde." Hij zal mij altijd nabij zijn op mijne pelgrimsreis hier beneden, en zal ten laatste mij tot zich nemen, opdat ik voor eeuwig met Hem in zijn paleis wone! Welke aardsche grootheid kan deze heerlijkheid evenaren ? Zeker, zoudt gij niet een kind van God willen zijn? gij kunt\xet, gij moogt het, indien gij tot Jezus komt, want: „zoo velen als Hem aangenomen hebben, (tot Hem gekomen zijn), dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden."

Lees: Ps. 91. Joh. 1 : 12, 13. Rom. 8 : 14—17. 2 Cor. 6 : 17,18. Hebr. 12 : 5—12.1. Joh. 3 : 1,2, enz.

KOM, OPDAT GIJ IN DEN HEMEL KOMT!

Gelijk er eene plaats der pijniging voor de goddeloozen is, zoo is er een hemel der heerlijkheid voor allen, die tot Jezus komen. In zijne groote liefde voor zondaren heeft God zijnen Zoon gezonden, niet alleen om hen van de hel te verlossen, maar ook om hen met Hem zeiven voor eeuwig gelukkig en heerlijk te maken. Wanneer een geloovige sterft, ofschoon zijn lichaam vergaat, zoo is toch zijne ziel aanstonds bij Jezus, hetwelk verreweg het beste is. Hoe heerlijk is de beschrijving, die de Bijbel van den Hemel geeft, Hij verhaalt ons, dat ziekte, pijn en dood er nooit komen; dat zorg en angst en vrees er nooit gevoeld worden, dat er geene armoede, geen verlies, geen onvriendelijkheid, geene teleurstelling gekend wordt. Onverderfelijk is het

Sluiten