Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij wordt het woord genoemd, en de Evangelist Johannes zegt ons: „In den beginne was het woord en het woord was bij God en het woord was God. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, en zonder hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. En het woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond." Sprekende van zich zeiven, zegt Jezus: „Eer Abraham was, ben ik!" Hij beriep zich op de heerlijkheid, die Hij bij den Vader had, eer de werela was, en.verzekert ons dat „Hij en de Vader één zijn." De schrift verzekert ons, „dat Hij het afschijnsel van des Vaders heerlijkheid is, het beeld des onzienlijken Gods; God geopenbaard in het vleesch, dat Hij is gisteren en heden en eeuwig dezelfde, en dat in Hem al de volheid der Godheid lichamelijk woont."

Bij gevolg is Jezus God, en dus is Hij volmaakt in macht, wijsheid en goedheid. Er is niets, dat Hij niet doen kan, en daar Hij nooit veranderen kan, zoo zal Hij ook nooit ontrouw in zijne beloftenissen wezen. Welaan, arme zondaar! dit is juist zulk een Verlosser als gij noodig hebt. Indien gij eenen beschermer in het een of ander groot gevaar behoefdet, zoudt gij immers tot iemand gaan, die machtig was. Welnu, wie is zoo machtig als Jezus? Alles wat God wil, dat kan Hij. Er zijn geene bezwaren, gevaren of vijanden, die Hij niet voor u kan overwinnen. Hoe groot ook uwe zwakheid zij, zijne kracht is algenoegzaam. Het is niet een broos medemensen; het is zelfs niet een engel, op wien gij te vertrouwen hebt. Het is iemand, die oneindig hooger is dan alle

Sluiten