Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een mensch gewoond, opdat wij door zijnen geest en wandel, een aanschouwelijk beeld van God zouden hebben. Zoo zeide Hij: „ Wie mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien." En hij werd mensch, opdat Hij, door te lijden, wat wij lijden, ons allen twijfel zou benemen, of Hij wel medelijden met ons kan hebben. Zoo lezen wij, dat „Hij, in hetgeen Hij zelf geleden heeft, verzocht zijnde, in staat is dengenen te hulp te komen, die verzocht worden;" en: „wij •hebben niet eenen Hoogepriester, die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar die in alle dingen verzocht is geworden als wij."

Denk dus aan Jezus als aan een mensch. Ginds is eene lijkstaatsie. Het is de éénige zoon eener weduwe; de moeder volgt het dierbaar overschot met een gebroken hart. Wie is de man, die daar ginds reeds van verre haar ziet, medelijden met haar heeft, zich naar het lijk begeeft, dat lijk weêr in het leven roept — en den zoon aan zijne moeder hergeeft? Die man, zoo vol van liefde als machtig, is Jezus! Wie is Hij, die daar te midden eener schare kleine kinderen staat, en ze zoo vriendelijk in zijne armen neemt en ze zegent? Het is Jezus. Wie is die bedroefde, die daar aan het graf van Lazarus weent? Het is Jezus. Wie is Hij, dien al de zieken, armen en bedroefden naloopen, en die hen geneest en vertroost, zonder iemand hunner te Weigeren? Het is Jezus! Hij is nog dezelfde! Een liefhebbend teeder, medelijdend mensch! Gij behoeft niet bevreesd voor Hem te zijn; Hij is een mensch, uw broeder! Hij is het die tot u zegt: „Kom tot

Sluiten