Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen, maar Hij luistert er naar, omdat Jezus voor ons pleit. Wanneer gij een verzoekschrift aan den koning schreeft, maar niemand in het paleis kende u en gij waart in lompen gekleed en in weerwil van al uwe pogingen om het te verhinderen, geraakte het geschrift vol vlekken zoudt gij dan niet vreezen, dat gij nooit zoudt toegelaten worden? of indien gij ook toegelaten werd, dat het verzoekschrift toch niet zou gelezen worden? Maar veronderstel, dat des konings zoon daarbij kwam, en tot u zeide: „Ik zal mijn' Vader uw verzoekschrift zelf overhandigen en hem bidden het gunstig te beantwoorden," zoudt gij dan nog eenige vrees koesteren? Welnu, zoo doet de Heere Jezus. Hij biedt onze zwakke gebeden zijnen Vader aan en zegt: „Zegen den armen zondaar om mijnentwil, en sta hem zjjn verzoek toe." En de schrift verzekert ons, „dat de Vader hem altijd hoort." „Hij leeft altijd, om voor ons te bidden." Bevende, bedroefde zondaar! verblijd u, gij hebt eenen vriend aan het hof. Hoe onwaardig uwe gebeden ook mogen zijn, Jezus bidt voor u en zijne gebeden, zij zijn altijd geldig. Wat kunt ge meer noodig hebben om bemoedigd te worden? Kom dan! Kom dan „met vrijmoedigheid tot den troon der genade, opdat gij genade moogt vinden, en geholpen worden ter bekwamer tijd!"

Lees: 1 Kon. 18 : 21—39. 2 Kon. 19. Hand. 1 : 13, 14; 2 : 1—4; 12 : 5—17. Matth. 7 : 7—11. Joh. 14 : 13, 14; 17. Hebr. 4 : 14—16; 7 : 25. 1 Joh. 5 : 14.

Sluiten