Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een speldeknop en heeft zich telkens weer vanzelf gesloten, zonder den minsten hinder te veroorzaken.

Verder schreef hij: „Nog steeds acht ik echter een nauwgezet onderzoek naar de herkomst van den etter doelmatig en noodzakelijk. Het is van groote beteekenis om vast te stellen of hij van een wervel afkomstig is.

In dat geval zou er een chirurgisch-orthopaedische behandeling moeten plaats hebben, opdat de zieke en gedeeltelijk verteerde wervel niet den een of anderen dag zou kunnen verschuiven en, door drukking op het ruggemerg, verlammingsverschijnselen veroorzaken. In ieder geval raad ik een Röntgen-onderzoek aan en behandeling door een specialist." Met deze toevoeging had de dokter dus, vóór dat mijn dochter nog iets had ontdekt van dien aard, een diagnose gesteld, die bij ontvangst van zijn brief reeds bevestigd was.

De door hem genoemde verlamming vertoonde zich inderdaad en werd later ook door hem bevestigd. Gelukkig duurde zij echter slechts een halven dag. Op den zelfden dag waarop zij zich voordeed kreeg ik reeds bij het naar bed gaan de zekerheid, dat alles in den loop van den nacht weer in orde zou komen. En werkelijk, tegen middernacht werd de verlamming, die mij zeer beangstigde, weggenomen, en kon ik, vol dank over dit wonder, verlicht weder ademhalen.

Toch duurde het nog verscheiden dagen eer mijn dochter een verrassende en hoogst verblijdende ontdekking mocht maken. Dagelijks bij het verbinden wijdde zij al haar opmerkzaamheid aan den wervel en op een goeden morgen zeide zij opeens: „de plek van den ingezonken wervel is weer gelijk en hard geworden." Wie kan dit wonder begrijpen? Het wervelbeentje toch, dat geheel verteerd was, zooals de dokter in zijn schrijven had te kennen gegeven, was weer in orde zonder eenig menschelijk toedoen. Tegelijkertijd ging ook de genezing op wonderbare wijze vooruit.

Ofschoon mijn vrouw met het oog op mijn groote zwakte mij aanvankelijk in bed had willen houden, was ik nooit blijven liggen, maar dagelijks tweemaal van de eerste verdieping naar het spreekuur beneden gegaan. Toch moest ik bij 't begin der genezing weer leeren loopen. Natuurlijk had ik gedurende de ziekte hooge koorts; maar we hebben die nooit opgenomen. Tweemaal had ik ook koorts met koude rillingen, die na handoplegging van een Broeder terstond weer zijn geweken.

Een keer heeft Vader Stanger mij gedurende de hevige

Sluiten