Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

etteruitvloeiing, die hem zelfs over de hand liep, een vol uur achter elkaar gezalfd.

Pijnen had ik onder dit alles merkwaardigerwijze niet; daarentegen gevoelde ik de uitermate groote zwakte en koorts terdege.

Het is mij dan ook duidelijk geworden dat ik in een ziekenhuis of kliniek door de groote zwakte der eerste dagen gestorven zou zijn. Zoo heb ik ook begrepen dat ik niet weer zou hebben kunnen opstaan, als ik den welgemeenden raad van mijn vrouw had opgevolgd en overdag tebed was gebleven.

Ik was volkomen op den geloofsweg aangewezen.

Toen ik aan de beterhand was merkten de vrouwen bij de zalving op, dat mijn rug iederen dag mooier werd en in haar blijdschap daarover zei mijn vrouw, dat ik nu eens in den spiegel moest zien. Maar toen ik het deed schrok ik zóó, dat

ik uitriep: „Noemen jullie dat mooi? Ik wil hem heele-

maal niet meer zien."

Juist op dat oogenblik kwam de administrateur binnen en bezag op mijn verzoek den rug ook eens. „Nu, broeder Gei-

ger," zei hij, „dat ziet er heelemaal nog niet goed uit"

Hoe moet die rug er dan wel uitgezien hebben toen hij nog niet mooi was.

Dat waren geloofsbeproevingen; dagen van vreezen en beven, waarin de heele Ark met alle gasten in overstroomende liefde deelde en meeleefde. Dit medeleven met de daarmee gepaard gaande liefde mocht ik in die dagen van alle kanten in rijke mate ervaren, niet het minst van mijn gemeenschapskring. In zulke dagen ziet men duidelijker dan ooit wat zulk een kring beteekent.

Mijn genezing is, naar het zeggen der Broeders, wel het grootste wonder dat in Möttlingen gebeurd is. Maar hoe groot dit wonder ook moge zijn, grooter was en is voor mij persoonlijk de nabijheid des Heeren, waardoor mij in den tijd mijner genezing zooveel uit de H. Schrift is geopenbaard.

Bovendien weet ik nu dat de Heer mij gedurende dezen tijd dagelijks een stuk nieuw leven heeft geschonken en daarom heb ik ook zelf geen recht meer op mijn leven, maar behoort het mijn Heiland toe.

Terwijl ik deze regelen schrijf bemerk ik hoe moeilijk het voor een goed kerkelijk christen — en nog meer voor een ongeloovige is, om aan mijn getuigenis geloof te schenken. Daarom volge hier ook nog een bevestiging van een dokter.

Toen ik hersteld thuis was gekomen raadde een van onze

Sluiten