Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar God zelf heeft iets te zeggen van dit „Goed". En wat Hij „Goed" noemt, laten wij daar niet van zeggen: „Het is van geen nut".

„Zie, Ik zal ze vergaderen uit alle de landen, waarhenen Ik ze zal verdreven hebben in Mijnen toorn en in Mijne grimmigheid en in groote verbolgenheid, en Ik zal ze tot deze plaats wederbrengen."

Hier hebt gij een aanwijzing van het speciale volk, aan hetwelk de volgende boodschap is gegeven, o.a. „gedreven door Gods toorn in alle landen" — door Zijn grimmigheid en groote verbolgenheid, maar zij worden weer in hun plaats hersteld.

Dit is zeer duidelijk. En dit is de boodschap: „En zij zullen Mij tot een volk zijn.en Ik zal hun tot een God' zijn", en „Ik zal hun eenerlei hart en eenerlei weg geven om Mij te vreezen alle de dagen, hun ten goede, mitsgaders hunnen kinderen na hen."

Dit is het goede, na alles wat zij misdreven hebben, en HET DUURT VOOR ALTIJD EN IS VERZEKERD VOOR HUN KINDEREN NA HEN!

Maar hét gaat verder: „En Ik zal een eeuwig verbond met hen maken dat Ik van hen niet zal afkeeren, opdat Ik hun weldoe, en Ik zal mijn vrees in hun hart geven, dat zij niet van Mij afwijken."

Hier hebben wij „Goed" inderdaad boven de stoutste droomen van de Evangelie-predikers.

En het is alles duurzaam. „Zij zullen niet van Mij afwijken'..

Maar het gaat verder: „En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Ik hun weldoe, en Ik zal ze getrouwelijk in dit land planten." Hiér hebben wij weder het letterlijke karakter van het volk tot hetwelk het gesproken is, verklaard door het feit: „Ik zal hen planten in dit land, met Mijn gansche hart en met Mijn gansche ziel!"

Is dit duidelijk?

Maar het vervolgt: „Want zoo zegt de Heere (de God van Israël): gelijk Ik over dit volk gebracht heb al dit groote kwaad

(hier hebben wij weer het letterlijke Israël), alzoo zal Ik over hen brengen 'al het goede, dat Ik over hen gesproken heb."

(Jer. 32:37—42).

Sluiten