Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar wat heeft dit alles nu te maken met het Angel-Saksische ras — Israël.

Zeer veel inderdaad. Het eene kan niet gescheiden worden van het andere.

Dezelfde God en Heer, Jehova, de Onderhouder aller dingen, is Hij, die aan Israël zeer duidelijke beloften gegeven heeft, van eeuwig bestaan en altijddurende gunst.

Als dan het Angel-Saksische volk Israël is, het aatuurlijka nazaad van Abraham, dan is dit alles voor fans!

God de Onveranderlijke, de eeuwige God, heeft tot Israël gezegd: „Ik zal Mijn verbond met u niet verbreken in eeuwigheid." (Richt. 2:1).

Luister nu naar het woord, dat Hij gesproken heeft tot het letterlijke Israël: — „Maar gij Israël, Mijn knecht gij Jacob, dien Ik uitverkoren heb het zaad Abrahams, Mijns liefhebbers, u heb Ik uitverkoren en heb u niet verworpen."

Is dat van eenig „nut"?

„Vreest niet gij wormke Jacobs, gij volkje Israëls. Ik help u, spreekt de Heere en Uw Verlosser is de Heilige Israëls." (Jes. 41:8—14). ,

„Ik ben de Heere, uw Heilige, de Schepper Israëls, uw Koning". (Jes. 43 : 15).

Beteekent dit niets? Dit allés is gesproken tot Israël, negen jaar na zijn verbanning naar Assyrië!

„Gij zijt mijn knecht, Israël, door welken ik verheerlijkt zal worden. (Jes. 49:3).

Goed? Goed? — Spreken wij nog van „waartoe dient het?

„Maar zij zullen weten, dat Ik, de Heere hun God, met hen ben, en dat zij mijn volk zijn, het huis Israëls, spreekt de Heere, Heere". (Ezech. 34 : 30).

Is dat niet in ons voordeel? Is dat niet een groot nut? God, hun God en Israël weet het, en zij „Zijn Volk". ■,

Luister naar de volgende glorievolle passage welke geheel uit haar verband is gerukt en verdraaid:

„Dan zal Ik rein water op u sprengen en gij zult rein worden van alle onreinheden en van alle uwe drekgoden zal Ik u reinigen. En Ik zal u een nieuw hart geven in het binnenste van u, en Ik zal het steenen hart uit uw vleesch wegnemen en

Sluiten