Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterkt; maar evenzoo óns veroordeelt en laakt, als wij in het oude kwaad terugkeeren.

En zoo rusten dan op ons de glorie van een grooter voorgeslacht het waardigste waarop de menschheid ooit zal kunnen wijzen, zoomede de verplichtingen welke een'dergelijke afkomst ons oplegt. Wij toch zijn hun zaad, wij zijn de erfgenamen hunner dadeni die ons moeten inspireeren en die wij moeten navolgen.

Wij zijn ervan verzekerd; dat deze verbintenis sterk en goed is; daarom mag geen onwaardige daad ons bezoedelen en onze eerenaam ter neder drukken, want dit erfgenaamschap is er een van eer en waardigheid en evenzoo een van ongeëvenaarde verantwoordelijkheid.

En juist als wij ons erfgenaam gevoelen van de nationale reputatie uit het verleden en deel hebben in hun groote — eertijds behaalde — triumfen, mogen wij dan niet eveneens zeggen: gelijk wij door onze voorouders deel hebben aan hun groote daden in het verleden, evenzoo mogen wij trotsch zijn op de glorievolle daden, die onze Verbondsgod voor hen gedaan heeft?

Laten wij dit eens toepassen. — Kunnen wij de plagen vergeten, die God over Egypteland bracht om Israël te bevrijden? — De kikvorschen? De luizen? — De duisternis? — De donder en hagel? — Kunnen wij de schrik vergeten, die over Egyptische vrouwen kwam, toen hare eerstgeborenen werden gedood, terwijl de onze in leven bleven? — Daarna de haastige vlucht en de dreigende ondergang bij de Roode Zee. Dan het opheffen van den staf door Mozes om de wateren te scheuren en de blijde doorgang op een droge weg door de zee? De terugkeer van het water en de ondergang van Pharao's leger in het machtige water. De zang, de dans, de vreugde als hun behoudenis is gewaarborgd.

Mogen wij niet zeggen, dat wij aan al deze dingen deel hebben en dat deze ondervindingen onzer vaderen de onze zijn, om ons te verheugen en God daarvoor te prijzen?

Na een lange omzwerving, door de woestijn kwamen onze vaderen aan de Jordaan met haar gezwollen en troebele wateren tusschen hen en het hun beloofde land. Maar Jozua zegt: „Gij zult wonderen zien op dezen dag." — En terwijl de voeten 'van hen, die de Ark des Verbonds droegen, het uiterste van het water aanraakten, zien wij een vreemd en alles overtreffend gezicht:

Sluiten