Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III DE HEILIGE GEEST EN DE PINKSTER-GEMEENTE, Daar de «Gemeente Gods» (1 Cor. 1:2) op Pinksteren geboren werd, wordt ze ook wel «de Pinkster-Gemeente» genoemd. In dien naam wordt men dus herinnerd aan -haar wonderbare geboorte-dag, en bevestiging bij de uitstorting des Geester; en denke men aan dien «Anderen Trooster» en «Zijne Openbaringen». Hie schoon openbaarde zich de jeugdige gemeente! Welk een kracht en eenheid des Geestes! Welk een liefde onder elkander! Welk een geloof! Welk een overgave des harten! Welk een samenstemmen van gebed! Welk een geest van offeranden, volharding, eenvoudigheid, blijdschap en gemeenschap! (Hand. 2:42-47 ; 4:19, 24-31, 32-37; 5:14-16). Iemand schreef eens: «Waar zijn die teekenen en wonderen, die gaven en talen?...» Treurige verandering! Waaraan heeft men dit verval, die treurige verandering te wijden? Het antwoord is niet moeilijk... onttrekking aan de leiding des Heiligen Geestes,.. Maar toch, hoe groot die afval ook wezen moge, de waarheid Gods blijft onveranderlijk». (H. C. Voorhoeve «de Persoonlijkheid van den Heiligen Geest op aarde», bl. 6-8). Jezus beloofde: «... opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid». (Joh. 14:16). De Heilige Geest is dus nog op aarde. In den beginne was de Heilige Geest machtig in het midden-Werelds-gezindeid, ongeloof, papisme en grootschheid les levens wederstonden Hem, zonde bedroefde Hem, woorden-strijd (critiek) bhischten den Geest uit en eigen wittigheid verachtte de profetièn. (Hand. 7:51; Gal. 5:17; Efez. 4:30; 1 Thess 5:19-20). De Gemeente van het N. T. is in dat opzicht in het hetzelfde euvel gevallen als Israël. (Jes. 63:10-11, 14). Trots alle ernstige vermaningen bemerken we een toenemenden afval, (zie 1 Kron. 28:9-10, Jes. 1:2-4, 9; Mal. 3:7). De afgoderij werd zoo ontzaggelijk, dat Achaz de deuren van Gods huis sloot, en de vaten in stukken hieuw. (2 Kron. 28:24). Na Achaz werd Jehiskia koning, en hij deed wat recht was in de oogen des Heeren, naar alles wat zijn vader David gedaan had. (2 Kron. 29). Het was altijd een terugwijzing naar David, een man naar Gods hart en vervuld met Gods Geest; of een heenwijzing naar Jerobeam, de man die Israël zondigen deed, en een eigen-willige godsdienst instelde, uit politiek opzicht (1 Kon. 12:26-33).

De Les der Historie «En deze dingen alle zijn hun lieden overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot. waarschuwingen van ons, op welke de einden der eeuwen gekomen zijn». (1 Cor. 10:11-13; Rom. 15:4; 11:20-23). God verwekte telkens boet-predikers en verlangde herstelling. Onder Jehizkia klonk het: Bekeert u! (2 Kron. 30:9). Eerst komt de boodschap tot de dienaars des Heeren: heiligt nu uzelven, en heiligt het huis des Heeren. (2 Kron. 29:4, 11) vers 12, 15, 16, e. a. gehoorzaamheid en heiliging! Daarna tot het volk (30:6-11). De loopers (predikers) werden helaas door velen bespot. Evenwel verootmoedigden zich

Sluiten