Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tabernakel. (Kol. 3:14). Zonder liefde zijn de gaven nutteloos. Alle dingen in de Liefde! Geschiedt dat, dan is er stichting, orde, vrede, en onderlinge onderdanigheid in de vreeze Gods. (Efez. 5:18-21).

In 1 Cor. 14:26 stelt de apostel de vraag: «Wat is het dan Broeders? wanneer gij samenkomt, een iegelijk van u, heeft hij een «Psalm» (een Lied door den Geest. 14:15; 2 Sam 232) heeft hij een «Leer» (14:6; 2:13), heeft hij een «vreemde) «Taal» (een boodschap door den Geest met uitlegging) heeft hij een «Openbaring» («Apokalispus») (14:30), heeft hij eene «Uitlegging» (van de boodschap in de vreemde-taal) (14:13, 28), laat alle dingen geschieden tot Stichting». «Hebbende m* verscheidene gaven, zoo laat ons die gaven Besteden...» (Rom, 12:6-8; 1 Petr. 4:10-11). Aan Timotheüs schreef Paulus: «Verzuim de gave niet, die in u is». (1 Tim. 4:12; 2 Tim. 1:6-7). Wij mogen de gaven niet ongebruikt laten liggen, noch verachten, noch verhinderen en noch misbruiken.

5. Het Doel der Geestelijke^Gaven.

a) Tot heil van de menschheid in het algemeen, naar lichaam en ziel (Hand. 8:6-8). b) Tot heil van de gemeente, lichamelijk en geestelijk. (Hand. 5:1-14; Jac. 5:14-16; 1 Cor. 14:3, 5, 12, 26) «die profeteert, spreekt de menschen Stichting, Vermaning en Vertroosting», c) Om de Grootheid en Tegenwoordigheid Gods te openbaren. (14:25) «en verkondigen, r at God waarlijk onder u is», (d) Om den Heere te Verheerlijken. (Hand. 10-46' 2 Cor 10:17-18).

6. Hun Waarde in Evangelisatie-Werk.

In de Handelingen der Apostelen zien we de groote waarde van de gaven des Geestes, in het evangelisatie-werk' (Hand 3:16; 5:13-16; 8-6-13; 9-32-35, 40-42 e.a. Rom. 15:18-19. Vooral de «Gaven der Genezingen» en der «Werkingen der Krachten» en de «Gave des Geloofs» brachten veel gewin toe. Dikwijls dat, én zij die genezen werden, én de omstanders die het wonder zagen, zich bekeerden tot den Heere.

7. Zijn de Geestelijke^Gaven voor Dezen-Tijd?

Eigenlijk is deze vraag overbodig, om reden we niets in de H Schrift kunnen vinden, dat de «Geestelijke-Gaven» beschreven m 1 Cor. 12:8-11, niet voor dezen tijd zijn! Evenwel zijn er velen die gelooven, dat deze gaven, naar de bedoeling Gods, niet meer voor dezen tijd zijn, en dus ook niet gevonden worden. Sommigen van hen beweren: a) «Dat de Heere deze gaven terug-trok, bij de sluiting van de apostolische eeuw». Wij nemen het recht te vragen: waar zulks geschreven staat. Zeker met in het Nieuwe Testament! Daar is niet eene tekst te* aanduiding, dat God eenige bedoeling had, deze Gaven terug te trekken. Integendeel. We lezen: «Want de genade-giften en de roeping Gods zijn onberouwelijk» (Rom. 11:29). En «Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid». (Hebr. 13:8). Verder dat de Verrezen Heere, die mede-werkte met Zijne eerste volgelingen (Mark. 16:20); ook met ons is

Sluiten