Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedood. Sommigen echter werden in 't geheim bewaard en verzorgd. « Toen zeide Elia tot het gansche volk: « Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des Heeren, dat verbroken was. En Elia nam 12 steenen » (Let opl Geen 10 of 2, maar 12!). Hoewel de kerk (Israël's gemeente (dus in tweeën was en het altaar ver broken was; toch openbaarde de profeet Elia hier de eenheid door de 12 steenen, voor iederen stam één. — Moge uiterlijke verdeeldheid bestaan, innerlijk in den Geest zij er toch eenheid in het uitverkoren getal twaalf, de gemeente door den Geest geboren. (Rom. 12:4-5); Efez. 4:3; 1 Petr. 2:5 vglk Joh. 17:21.

NOG ZEVEN DUIZEND! — HET OVERBLIJFSEL.

Elia in den tijd van groote afval dacht alléén overgebleven te zijn; maar wat zegt tot hem het Goddelijk Antwoord: « Ik heb Mijzelven nog zeven-duizend mannen overgelaten ». (1 Kon. 19:10,18; Rom. 11:4-5). « Alzoo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade. » (vlgk. Openb. 2-3). Trots alle afval; de Heere zal ook uit de Christenheid een overblijfsel bewaren! (2 Thess. 2-3).

JOAS, KONING VAN JUDA.

« En foas deed Wat recht was in de oogen des Heeren alleenlijk

werden de hoogten niet weggenomen, het volk offerde nog op de

hoogten » (2 Kon. 12:1 v.v.). Hoewel Joas de hoogten liet, begon

hij toch het huis des Heeren te verbeteren. — Alhoewel nog vele hoogten van verkeerdheden bleven, begonnen sommigen het « Geestelijk-Huis », in de middeleeuwen te verbeteren. En daarvoor kunnen we reeds dankbaar zijn.

HISKIA — HERVORMER.

« Hiskia, Koning van Juda, hij deed wat recht was in de oogen des Heeren, naar alles wat zijn vader David gedaan had. Hij nam de hoogten Weg, en brak de opgerichte beelden, en roeide de bosschen uit, en verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israël tot die dagen toe haar gerookt hadden; en hij noemde haar: « een stuk koper » (Nehüstan), een voorwerp wat niets vermag. Hij betrouwde op den Heere en hield Zijne geboden. » (2 Kon. 18:1-7). Dus zelfs de koperen slang werd niet gespaard?! Gelukkig niet! Immers was het niet de slang als voorwerp waardoor de kranke Israëliet genezen werd; maar het geloovig zien op het Woord des Heeren. Gehoorzaamheid aan, en geloof in het bevel Gods bracht redding. Daarom was het dwaas, afgodisch en zondig, de slang te vereeren. — Evenzoo is het zondig het « Stoffelijk-kruis », gelijk de Roomschen doen, te vereeren ». Wij aanbidden het, zegt Thomas van Aquino, met dezelfde aanbidding als Christus ». De afgoderij van de R.-kerk is dus zonneklaar. » (Dr. Krop in « Wat zegt Christus? bl. 74).

Sluiten