Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzoening door het geloof in Zijn bloed, tot een betooning van Zijne rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn, onder de verdraagzaamheid Gods; tot een betooning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.

„Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Nee, maar door den wet des geloofs. Wij besluiten dan, dat de mensch door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet."

Hoofdst. 4 : 1—8 en vanaf 13 tot het einde.

„Wat zullen wij dan zeggen, dat Abraham, onze vader, verkregen heeft naar het vleesch? Want indien Abraham uit de werken gerechtvaardigd is, zoo heeft hij roem, maar niet bij God. Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid. Nu, dengene die werkt, wordt het loon niet toegerekend naar genade, maar naar schuld, doch dengene, die niet werkt, maar gelooft in Hem, die den goddelooze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid.

Gelijk ook David den mensch zaligspreekt, welken God de rechtvaardigheid toerekent zonder werken, zeggende: Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven, en welker zonden bedekt zijn; zalig is de man, welken de Heere de zonden niet toerekent!"

„Want de belofte is niet door de wet aan Abraham of zijn zaad geschied, namelijk, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door de rechtvaardigheid des geloofs. Want indien degenen, die uit de wet zijn, erfgenamen zijn,

Sluiten