Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar stil blijven, waar ze zijn;) leeraar wil ik niet zijn, maar metgezel beloof ik u re zijn. Aan den biddende wordt gegeven, die klopt wordt opengedaan, de zoekende vindt. Laat ons op de aarde datgene leeren, wat ons in den hemel bijblijft." Hij vermaant een Christin, Lata, haar dochter vroegtijdig met den Bijbel bekend temaken: „Laat ze, in plaats van edelsteenen en zijde, de Heilige Schrift liefhebben; laat ze de Evangeliën ter hand nemen om ze niet weder ter zijde te leggen; laat ze de Handelingen der Apostelen en de brieven in zich opnemen met al het verlangen haars harten."

Augustinus (*354 te Tagaste, f430 te Hippo) zeide, in betrekking tot een gelezen gedeelte uit den Bijbel: „Onze Heere en God, die alle krankheden der ziel geneest, heeft uit de Heilige Schrift, dus uit Zijn heilmagazijn, ons vele geneesmiddelen voorgelegd, en wij handelen als Zijn dienstknechten, als wij ze op onze wonden aanwenden. Want wij geven ons niet in dien zin uit voor uitgezonden dienstknechten van den grooten Heelmeester, door wie Hij anderen genezen wil, en dat wij zelf dat niet meer van noode hebben. Als wij het oog op Hem richten, als wij ons met ons gansche hart aan Hem overgeven, om ons door Hem te laten heelen, dan worden wij allen geheeld." — „. . . . Het is de plicht van den herder, de bron van de Heilige Schrift voor zijn dorstende schapen open te stellen, en hun het reine water daaruit mede te deelen." — Hij beval ook het lezen der Heilige Schrift aan tot waar zelfonderzoek en ware zelfkennis. Tot dezulken, die, daar zij geen grove zonden begaan hebben, zichzelf voor rechtvaardig hielden, zegt hij: „Zekerlijk, als gij de wet der heiligheid en de Heilige Schrift goed beschouwd hebt,

Sluiten