Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verborgenheden en zij bezigden daarbij verscheidene van de termen, die bij deze heidensche verborgenheden gebezigd werden, en gingen zelfs zoo ver, eenige van de ceremoniën over te nemen, waaruit deze verborgenheden bestonden."

MijD bestek' gedoogt niet breedvoeriger hierover uit te weiden en ik heb deze weinige volzinnen uit een geheel hoofdstuk van Mosheim overgeschreven, om den lezer eenigermate een denkbeeld te geven van den geest des tijds, waarin de kinderdoop ontstaan is. Ik zal nu nog eenige andere geschiedkundigen onder de kinderdoopers aanvoeren, om te bewijzen, dat de kinderdoop niet vóór het laatste gedeelte der 2de of het begin der 3de eeuw opgekomen is.

Dr. Barlow, Bisschop van Lincoln, in Engeland, zegt: „Ik geloof en weet, dat er in de Schrift geen bevel of voorbeeld voor den kinderdoop gevonden wordt; noch ook eenig geldend bewijs (uit de geschiedenis) voor het gebruik, voor omtrent tweehonderd jaren na Christus. Ik ben zeker dat zij (de kinderen) in de eerste tijden eerst catechumeni waren, en dan ittuminati, of baptizati.

Stjicerüs, theologant en hoogleeraar der Grieksche en Hebreeuwsche talen te Zurich, zegt: „In de eerste twee eeuwen werd niemand gedoopt voor dat hij in het geloof en de leer van Christus onderwezen was, en van zijn geloof getuigenis kon afleggen ; van wege de woorden van Christus: „Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn; daarom moest men eerst gelooven."

Matthies, een Duitsch godgeleerde, zegt in zijn boek over den Doop, bladz. 187 : „Er worden geene documenten gevonden, die het bestaan van den kinderdoop in de eerste twee eeuwen duidelijk aantoonen."

Winkr, een ander Duitsch schrijver, zegt: „Oorspronkelijk werden alleen bejaarden gedoopt; maar in de laatste jaren der tweede eeuw werd in Afrika, en in de derde eeuw over het algemeen de kinderdoop ingevoerd, en in de vierde eeuw werd hij theologisch verdedigd door Augustinus. Tertullianus is de eerste, die er gewag van maakt. Irenaeus maakt er geen melding van, gelijk men verondersteld heeft."

BHKmwALD, ook een Duitsch schrijver over den Doop, zegt bladz. 213: „De eerste sporen van den kinderdoop worden gevonden in de Westersche kerk, na het midden der 2de eeuw, en het was een geschilpunt in proconsulair Afrika in het laatst van deze eeuw. En ofschoon deszelfs noodzakelijkheid beweerd werd in Afrika en Egypte, in het begin der 3de eeuw, zoo was het, zelfs tot aan het einde der 4de eeuw, op verre na geen algemeen gebruik, vooral niet in de Oostersche kerk. Niettegenstaande de aanbeveling er van duor de kerkvaders, werd het nochtans geen algemeene kerkelijke instelling tot het tijdvak van Augustinus."

Sluiten