Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot spaden en de spiesen tot sikkelen. De volkeren zullen geen zwaard meer tegen elkander opheffen. Zij zullen den krijg niet meer leeren. De wolf zal met het lam verkeeren, de luipaard bij den geitenhok nederliggen; het kalf en de jonge leeuw en het mestvee te zamen. Een klein jongske zal ze drijven. Men zal nergens leed doen, noch verderven; de aarde zal vol van de kennis des Heeren zijn, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken. De heuvelen maken geschal met vroolijk gezang. De boomen des velds zullen de handen te zamen klappen. Voor een doorn zal een denneboom opgaan en voor een distel een mirteboom.

Allen, die deel hebben aan de eerste opstanding, over wie de tweede dood geen macht heeft, zullen inwoners van dit heerlijk rijk zijn. Zij zullen priesters zijn van God en van Christus en zij zullen heerschen met Hem duizend jaren.

Heeft dan de Gemeente van Christus óók een plaats in dit rijk? Het antwoord op deze vraag ligt in Openbaring 21 : 9 tot het einde.

Na de opneming der Gemeente in den hemel wordt de bruiloft des Lams gevierd en de Bruid erkend als de Vrouw des Lams. Dan zal de heilige stad Jeruzalem nederdalen uit den hemel. Die stad is de Gemeente, de Bruid, de Vrouw des Lams. Zij heeft de heerlijkheid Gods. Haar licht is aan het kostelijkst gesteente gelijk. Zij heeft een hoogen muur en twaalf poorten met de namen der twaalf stammen Israëls. De muur rust op twaalf fondamenten, waarop gegraveerd zijn de namen der twaalf apostelen des Lams. Zij is een volmaakt kubiek. Haar muur is jaspis. Zij is zuiver goud, aan glas gelijk. De fondamenten zijn met edelsteenen versierd. Elke poort is een parel. De Heere God, de Almachtige, en het Lam, zijn haar tempel. De heerlijkheid Gods heeft haar verlicht. Het Lam is haar lamp.

De Gemeente zal in het Vrederijk tot een zegen gesteld worden. De volkeren zullen in haar licht wandelen.

Sluiten