Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

harten vervuld en in die mate ontroerd heeft, dat hunne lippen onder den indruk van de heerlijkheid Gods en Zijne tegenwoordigheid, verstomden.

Ik kende ook anderen, die eveneens zich ten volle en bewust aan God gegeven hadden en niet minder eerlijk en oprecht in Hem vertrouwden, en toch het gevoel van het vervuld zijn met den Heiligen Geest daarbij niet ontvingen.

Veroorloof mij, dat ik in alle deemoed, een persoonlijk getuigenis afleg, daar het den een of ander van nut zou kunnen zijn.

Op zekeren morgen, het was op een Vrijdag, schonk God mij de genade, kinderlijk aan het vervuld zijn met den Heiligen Geest, als een kostelijke gave, te gelooven. In eenvoudig en kinderlijk geloof nam ik deze gave aan, niet gevoelend dat ik het een of ander ontvangen had.

Integendeel, in den loop van den geheelen dag ondervond ik een bijzondere dorheid en stompheid naaf ziel en geest. Geen nieuwe gewaarwordingen, geen voor mij nieuw, tot dien tijd nog onbekend, bewustzijn van de tegenwoordigheid Gods.

In den loop van den dag kwam de Satan eenige malen tot mij met de volgende woorden: „Gij gelooft, dat God U met den Heiligen Geest vervuld heeft en van welken aard zijn Uw gevoelens nu? Voelt ge dan in het geheel niet, dat ge nu minder bezit dan dit in de voorgaande week het geval was?"

Dit was goed voor mij; de Vrijdag ging voorbij, de Zaterdag brak aan en deze dag scheen mij zeer lang toe — ik nam weer die zelfde dorheid in mijn hart waar, en het leek mij toe, alsof God zeer ver van mij verwijderd was.

In den loop van den Zaterdag viel de verzoeker mij zeer sterk aan op mijn geloof in God, maar ik bleef standvastig verder in God vertrouwen, op Zijn belofte en op Zijn getrouwheid aan Zijn Woord. Het is veel verstandiger op Gods getrouwheid te vertrouwen, dan op onze eigen stormachtige en jammerlijke gevoelens. Toen brak de Zondag aan. De morgen scheen evenals

Sluiten