Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. A. Wumkes „De Pinksterbeweging in Nederland" 2e druk 1917.) Behalve in Amsterdam zijn nog gemeenten of kringen o. a. in Haarlem, Delfzijl, Rotterdam en Sneek. Hoofdpersonen in deze beweging zijn thans zekere Orsel, vroeger anarchist, later bij het Leger des Heils ; verder Albert Otten, voor enkele jaren vader in het Armwerkhuis te Hoogeveen en Mej. Rika Reinders-Homan, die als profetes beschouwd wordt.

Nu mag wel, eer we de byzonderheden van deze richting nagaan, vooropgesteld, dat ze met andere sectariërs enkele trekken gemeen heeft, welke alle secten eigen zijn (cf. Chr. Encycl Art. secte) nl. :

1, het religieus individualisme d. i. de zucht om zich van de massa af te scheiden, gepaard gaande met de behoefte aan de innige gemeenschapsoefening van gelijkgezinden, waarbij ook de enkeling meetelt.

2. het religieus subjectivisme, uitkomend in minachting voor al het objectieve in den godsdienst b.v. belijdenis, kerk, onderwijs, verbond der genade, woord en sacrement als genademiddelen.

Wie een enkele maal de vergaderingen van zulke secten heeft bijgewoond kan licht begrijpen hoe moeilijk het voor velen is om zich aan de betooverende invloed van hun kunstgrepen te onttrekken. Vooral zwakke en verwante zielen," onvast in of geheel onbekend met de waarheid worden zoo licht verblind door de ernstig klinkende waarschuwingen en de gemoedelijke uitdrukkingen.

Hoe gelukkig men voor dit en het toekomende leven worden kan, indien men maar gelooft wat anderen hun voorzeggen, wordt met de sterkste kleuren geschilderd. Men gaat met hem, die men tracht te bekeeren, bidden. Gelukt het niet terstond, dan wordt het gebed herhaald. Komt het na korter of langer worstelen eindelijk zoover, dat de betuiging over de lippen komt „ik geef me aan den Heere over", dan vereenigt men zich in dankzegging en vreugdegezang omdat er al weder een zieltje gewonnen is.

Nu kan deze „lieve broeder of zuster" schitteren met de gave of vroomheid, welke hij of zij bezit. Mannen en vrouwen, jongelingen en jongedochters mogen bij verschillende gelegenheden in het publiek optreden, om getuigenis te geven van de wijze waarop zij tot het geloof zijn gekomen.

Wat bovendien voor velen zoo begeerlijk is, de geheele Uitoefening van hun godsdienst, naar zijn egocentrisch beginsel, bestaat bij deze kringen in een jagen naar en een roemen in

Sluiten