Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezit van de gave der gezondmaking en wederom meent ze in de Schrift haar grond te vinden. Niet slechts 1 Cor. 12 doet hier dienst maar ook speciale uitspraken als Marcus 16 : 17, 18 en Jakobus 5:14 zijn haar lievelingsteksten. Ook deze gave der gezondmaking is een van de attracties van deze beweging, gelijk ten allen tijde het wondergeloof zijn aanhang vond. In het buitengewone zoekt de Pinksterbeweging met het Methodisme de zenuw harer kracht. Dit past ze toe op de wijze van prediking en de vrucht die ze daarvan zoekt. Maar dit geldt ook van de zoog, genezing op het gebed. „Hebben we niet dezelfde God ? Is Zijn hand verkort ?" Zoo vraagt u de Pinksterling triomfantelijk ? Maar hij bedenke dat we God niet o m het wonder, maar o p het Woord gelooven. God kan nog wonderen doen, maar van Hem te vragen dat Hij die ten onzen gevalle en naar onze inzichten vermenigvuldige is den Heere verzoeken. Bovendien „al wat te voren geschreven is dat is tot onze leering geschreven opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften hope zouden hebben." (Rom. 15 : 4). En zij die op dezen vasten grond den Heere verwachten „zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden; zij zullen loopen en niet moede worden; zij zullen wandelen en niet mat worden". (Jes. 40 : 31).

Nu staat bij den Pinksterling de theorie en praktijk van de gebedsgenezing weer onder den invloed van zijn dualisme en valsche mystiek. Krankheid is naar zijn opvatting de werking van Satan, ziekte heeft onbeleden zonde tot oorzaak, Genezing kan en mag alleen verkregen worden door de onmiddellijke tusschenkomst van God. En daarom wil hij niet weten van het gebruik van geneesmiddelen of het raadplegen van een geneesheer.

Een Schriftuurlijke grond wordt gezocht voor deze theorie in uitspraken der Schrift als Ps. 103 „die al uw krankheden geneest" en Jes. 53, „Hij heeft onze krankheden op zich genomen en onze ziekten gedragen. W/^iAt-K^A- "v^tA- Aiu/W.. S>

Wat van de krankheid der ziel wordt gezegd schijnt hier door Mattheus op de ziekten des lichaams overgebracht te worden. Calvijn lost deze tegenstrijdigheid helder op met de ' woorden: „het is niet moeilijk te verklaren, als de lezer slechts in het oog houdt, dat hier niet bloot gezegd wordt wat Chr. aan die kranke deed maar ook met. welk doel Hij ze genas. Wat is dan het rechte van de zaak ? zoo vraagt Calvijn. \

Dit, dat Hij de blinden heeft ziende gemaakt om te toonen

Sluiten