Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnenste. De mensch ziet aan wat voor oogen is, Ehj ziet het harte aan, en begeert, dat de wandel Zijner volgelingen zich openbaart in een leven naar Zyn wil.

Die wil, gij weet het, is vervat in de Heilige Schriftuur, de boeken des Ouden en Nieuwen Testaments, welke zyn Kanonieke boeken, daar niet tegen valt te zeggen, en die wij, volgens Artt. 4 en 5 onzer geloofsbelijdenis, ontvangen, om ons geloof naar dezelve te regelen, daarop te gronden en daarmede te bevestigen.

Laat niet na dagehjks de Heilige Schrift, het Woord van God, biddend te lezen en te onderzoeken. Zegt tegenover alle bedenkingen, die tegen dat Woord worden ingebracht, bestendig met den dichter van Ps. 19:

't Is Gods getuigenis, Dat eeuwig zeker is, En slechten wijsheid leert. Wat Gods bevel ons zegt, Vertoont ons 't heiligst recht, En kan geen kwaad gedoogen; Zijn wil, die 't hart verheugt, Eischt zuiverheid en deugd, Verlicht de duister' oogen.

Onderwerpt U aan de uitspraken van dat getuigenis, ook dan, wanneer, daartoe verloochening gevorderd wordt van begeerten, die gy gaarne vervuld zaagt. Die achter Mij wil komen, zegt Jezus, verloochene zichzelven, neme zyn kruis op, en volge My. En hoe menigmalen heeft het toegeven aan begeerten, die met des Heeren woord streden, niet de treurigste gevolgen gehad zoowel op godsdienstig als maatschappeiyk gebied?

Niet naar eigen wil dus gehandeld, ook niet bij het aangaan van eene huwelijksverbintenis, die zulk

Sluiten