Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Zondvloed.

Begin des vloeds: in het 6008te levensjaar van Noach, 26 maand, 17en dag.

Plasregen: gedurende 40 dagen en 40 nachten.

De wateren blijven staan op de aarde: 150 dagen; dan beginnen zij af te nemen.

De arke rust op de aarde (op de bergen van Ararat) 7e maand, 17en dag.

De toppen der bergen worden weêr gezien:

• 109 maand, len, düg.

Noach opent het venster: wederom na 40 dagen.

(Eene raaf uitgelaten). Eene duif uitgelaten, keert terug. Na 7 dagen wederom uitgelaten, keert de duif terug

met een olijfblad. Wederom na 7 dagen uitgelaten, keert de duif niet

meer terug.

Het deksel van de arke verwijderd^ 601* levensjaar

van Noach, le maand, l8n.dag. Noach gaat uit de arke met al de zijnen en met

al het gedierte: 2e maand, 27en dag. Duur van het gansche verblijf in de arke: 1 jaar

en 10 dagen. (Gen. 7 en 8).

De twaalf Zonen van Jacob.

Ruben, Simeon, Levi, Juda, Issaschar en Zebulon; Dan en Naftali; Gad en Aser; Jozef en Benjamin.

(Gen. 29, 30 en 35).

Sluiten