Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De twaalf Jongeren van Jezus.

Sirnon Petrus en Andreas; Jacobus en Johannes; Philippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs; Jakobus, de zoon van Alfeüs en Judas of Thaddeüs; Simon Zelotes en Judas Iskariot, (die Hem verraden heeft.)

(Matth. 10; Mare. 3; Luk. 6; Hand. 1).

De Zaligsprekingen.

Matth. 5 : 3—12.

Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden.

Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.

Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.

Zalig zijn de barmhartigen; want hun zal barmhartigheid geschieden.

Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het koninkrijk der hemelen.

Zalig zijt gij, als u de menschen smaden en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzoo hebben zij vervolgd de profeten, die vóór u geweest zijn.

Sluiten