Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den eenvoudig niet. Ik kan dat met voorbeelden staven. Telken jare klaagt het Bestuur, dat de vragenlijsten zoo traag en onvolledig binnenkomen. Het wordt beter, doch van een zestigjarige, die al zooveel meegemaakt heeft, zou men toch een civieler bediening verwachten.

Serie 5: De Boekbeoordeeling komt te laat. Ook die klacht is in de laatste jaren verstomd, dank zij de activiteit van redacteur en uitgever.

Serie 6: Hooren de kinderen van Geref. ouders al of niet op de Zondagsschool?

Deze quaestie heb ik als de gewichtigste voor het laatst bewaard. Wat daarover èn over het verband tusschen de Zondagsschool en de Kerk is geschreven en gesproken in die zestig jaren, kan een boekdeel vullen, en nóg is men het niet eens, getuige de vergadering in Breda, nu twee jaar geleden. Als ik daarover moet beginnen, ontzinkt mij bijna de moed.

Bij de oprichting van „Jachin" was op vele plaatsen geen Chr. School. Er was een algemeene ijver om Zondagsscholen te openen, en daardoor werd de principiëele quaestie niet zoo scherp gesteld.

Sinds men meer en meer «tot de overtuiging kwam, dat de Zondagsschool een missionair karakter draagt en dus een machtige hefboom is in den arbeid der Evangelisatie, komt er meer klaarheid, ook in verband met haar oorsprong en doel der. oprichting.

Op de quaestie zelf ga ik niet in; een historisch overzicht is geen referaat. Toch wil ik enkele momenten in uw geheugen terugroepen, wijl het betreft het bestaansrecht onzer Zondagsscholen, en omdat sommigen meenen, dat de drang om zich vooral op de verwaarloosden te werpen, een snufje van den nieuwen tijd is.

Reeds in '86 refereert Ds. M. J. v. d. Hoogt over: „Op welke wijze en in welke verhouding kan de Zondagsschool rechtstreeks van de gemeente uitgaan en wat is daarvoor te zeggen en te doen?"

In '89 wordt de waarschuwing gehoord, dat de Zondagsschool de catechisatie niet verdringe.

In '92 vraagt men: „Is de Zondagsschool in de gemeente een noodzakelijk kwaad?"

In 1901 verdedigt Ds. Littooy de stellingen:

IV. De Zondagsschool moet niet naast, veel minder tegenover de Kerk staan; zij moet haar, onder den zegen Gods, tot

Sluiten