Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat een geestdrift, toen Z.Eerw.'s dochter den dankbaren ridder het ridderkruis op de borst speldde.

Ditmaal laat ik referaten en toespraken weg en vestig liever de aandacht op wat Prof. Grosheide in „De Heraut' schreef

„Maar ik meen toch te mogen zeggen, dat de Jubileum-vergadering van „Jachin" in zooverre een teeken des tijds was, dat door de veranderde houding, het verbeterde inzicht zichtbaar werd. Ik wijs er op, dat verschillende Kerkeraden offciëel een afgevaardigde hadden gezonden. Het optreden van vooraanstaande mannen bewees, dat ook aan de Hoogescholen de Evangelisatie-arbeid de waardeering gaat vinden, die hij behoeft."

En toen Z.HoogGel. de vraag stelde: „heeft „Jachin" nog een toekomst?" wees hij op vier punten: le. Wat doen wij met de kinderen, die de Zondagsschool verlaten?; 2e. de gewichtige quaestie der opleiding; 3e. we zullen moeten bestudeeren hoe het Zondagsschoolkind is, wat het denkt, wat het begeert, nu door de steeds dieper gaande onkunde omtrent Gods Woord in vele kringen, de kinderen op de Zondagsschool verder van den onderwijzer komen te staan; 4e. de moeilijkheid om kinderen op de Zondagsschool te krijgen, alle punten, die ook thans na 10 jaren, nóg onze aandacht vragen.

Aan de Bestuurstafel zagen we weer een paar veranderingen. De broeders Ds. Douma en Mulder zijn vervangen door Verleur en Boot, de le Secretaris, P. Oranje, zingt zijn zwanenzang, een nieuwe secretaris treedt op.

Ds. J. N. Lindeboom is als Voorzitter vervangen door Prof. Grosheide.

Nog enkele jaren, en de broeders Lindeboom en Oranje zijn niet meer.

Een woord van eerbiedige hulde wijden we aan hun nagedachtenis, in dankbare herinnering houdt „Jachin" het werk van zoovele andere broeders, als Ds. De Geus, Douma, v. Namen, Mulder, Loois. Bovenal dank aan God, dat Hij hen verwaardigde zooveel voor „Jachin" te mogen doen.

* *

Thans moet ik terugkomen op de viering van het 40-jarig jubileum. De Broeders gaan huiswaarts. Staande op het balcon van de tram, nog onder den indruk van wat ze gehoord hebben, bespreken ze den voortgang van den arbeid in Gods Koninkrijk. De vraag wordt opgeworpen, of de tijd niet gekomen is om een

Sluiten