Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen hoofd en al zuchtende zich te vertoonen, maar om steeds te getuigen van de zaligheid, die door het geloof in Jezus Christus genoten wordt. Ja, dan kunt ge zelfs der wereld aantoonen, dat al haar voorspoed en eer maar bloot uitwendig is en dat de kern, het ware geluk, door haar wordt gemist. En tegenover dat alles bezit gij, die den Heere vreest, bij alle ellende en tegenspoed die U mogen treffen, toch in uw hart een vreugde, een genot, waardoor alle leed wordt verslonden.

Laten wij thans Gods Woord openen, waar het ¥ op deze waarheid wijst. Kiezen we daartoe uit Psalm 25 het 14de vers:

„De verborgenheid des Heeren is voor degenen, die Hem vreezen; en zijn verbond, om hun (die) bekend te maken."

Deze 25ste psalm is een gebed om genadige bescherming en leiding. Gelijk in Psalm 24 de vraag Wordt behandeld: „Wie durft den berg des Heeren beklimmen?" zoo wordt hier de inhoud aangegeven door de vraag: „Wie is de man, die den Heere vreest?" (vs. 12). En dan is het antwoord vol schoone en grootsche beloften. „Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen" (vs. 12.) Derhalve zal de ware wijsheid zijn deel zijn, onderwezen door den goddelijken Leermeester. „Zijne ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beërven" (vs. 13.) Dus zal zaligheid zijn deel zijn en wel naar den regel des Verbonds, zoodat ook zijn zaad die voorrechten zal smaken. En dan volgt in onzen tekst de volheid van troost en zaligheid, n.1. gelijk die gelegen is in de verborgenheid des Heeren. Handelende over deze woorden, wijzen we U alzoo op de vertroosting van de verborgenheid des Heeren. Achtereenvolgens letten we dan op:

I. Den rijkdom dier vertroosting.

II. De personen, die haar genieten.

- Hl. Het middel, waardoor ze geschonken wordt.

I. De rijkdom dier vertroosting zal ons vooral blijken, wanneer we de beteekenis van het woord „verborgenheid" nagaan. Het woord toch, hier door „verborgenheid" vertaald, heeft een zeer ruimen

Sluiten