Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderspit te zullen delven. Zoo schrikkelijk is de tegenstand. Maar — zou dan Hij, die U aanvankelijk verloste, die U uit den dood deed overgaan in het leven, die U uit de duisternis riep tot het licht, zou Hij u dan nu verlaten, waar gij in zijn dienst, op zijn bevel, in zijne kracht moogt strijden? Neen, de Heere, uw God, is in het midden van U, een Held, die verlossen zal. Laat dan uwe handen niet slap worden!

H. Dat de Heere in het midden van Zion is, geeft ook zaligheid. In waarheid toch is de Heere zelf de zaligheid voor zijn volk. Niet door zich in God te verhezen wordt die-genoten, maar door zich welbewust in Hem te vinden. In zelfvernietiging kan nooit zaligheid bestaan. Dit is dan ook een droombeeld, waartoe men komt door onvergenoegdheid, wantrouwen en overgeestelijkheid. Het ware geloofsleven echter kent en beoefent een gemeenschap met God, waardoor hoe langs zoo meer de deugden Gods worden gekend, zoodat we leeren meer God te verheerlijken en zelf ook meer gesterkt worden in den Heere onzen God.

Zoo zegt ook onze tekst: „Hij zal over U vroolijk zijn met blijdschap". Dat wil zeggen: Hij zal zich zeer over U verheugen. Nu is dit eene wonderlijke uitspraak, vooral zoo we bedenken over wie de Heere zich zal verheugen. Gods Woord leert ons toch onomwonden, dat we van nature zijn haters Gods en elkander hatende; en als zoodanig hebben we door Gods genade ook onszelven leeren kennen. Hoe is 'tnu mogelijk, dat de Heere zich zeer over ons zal verheugen? Kan dit ooit zijn om iets, dat in ons is, om onze gerechtigheden, om onze deugden, om ons geloof en goede werken? Neen, want het is in ons niet te vinden en zoo we al uit genade geloof en bekeering beoefenen mogen, dan nog is dit zoo onvolkomen, zoo met allerlei afwijking bezoedeld. De mogelijkheid, dat de Heere zich zeer over ons verheugt, kan alleen bestaan, wanneer Hijzelf een weg van verlossing heeft geopenbaard, etf wel een zoodanigen, die aan geene van Gods deugden tekort doet. Daarom kan deze blijdschap des Heeren over ons alleen zijn in Christus, in wien Hij ons ziet als hadden we geene zonden gehad of gedaan, ja als hadden wij zeiven de gansche wet volbracht, gelijk Christus die voor ons volbracht heeft. Bedekt met de gerechtigheid Christi ziet ons de Heere als zijne lieve kinderen, als zijn gunstvolk aan wie

Sluiten