Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„over U vroolijk zijn met blijdschap". Deze verheuging Gods wordt nog dieper uitgedrukt en wel alsof de Heere zijne blijdschap, zijne liefde, met geene woorden kan uitdrukken. Zoo is 't ook wel onder menschen. Men leest dan o zoo veel in elkanders oog, terwijl het zwijgen zoo trefïend welsprekend is. Het is eene blijdschap over de wederkeering van zijn volk, gelijk in Deut. 30 : 8 en 9: „Gij dan zult U bekeeren, en der stem des Heeren gehoorzaam zijn, en gij zult doen al zijne geboden, die ik U heden gebiede. En de Heere, uw .God, zal U doen overvloeien in al het werk uwer hand, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands, ten goede: want de Heere zal wederkeeren, oin zich over U te verblijden ten goede, gelijk als Hij zich over uwe vaderen verblijd heeft". Zulk eene blijdschap, zulk eene liefde gaat gepaard met rijke weldaden, zoodat milde overvloed U geschonken wordt zoowel in 't tijdelijke als in het eeuwige leven. Van deze vroolijkheid spreekt Jesaja in hoofdst. 62 : 5: „gelijk de bruidegom vroolijk is over de bruid, alzoo zal uw God over U vroolijk zijn". En in hoofdst. 65 : 19: „En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vroolijk zijn over mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der weening, noch de stem des geschreeuws". Ja, dat het werkelijk is om zijn volk wel te doen, blijkt volkomen duidelijk uit Jeremia 32 : 41: „En Ik zal Mij over hen verblijden, dat Dx hun weldoe; en Ex zal hen getrouwelijk in dit land planten, met mijn gansche hart en met mijne gansche ziel".

Vatten we nu een en ander saam, dan blijkt, dat niet uwe beminlijkheid, maar zijne eigen liefde Hem voldoening geeft. Het is en blijft dus genade. Genade voorop en genade achtervolgende. Alles genade. En wat er beminlijks in U is, is alleen TJ geschonken op grond van Christus' verdienste, door den Heiligen Geest. Dus niet uit U, maar het is Gods gave.

En dan lezen we verder nog in onzen tekst: „Hij zal zich over U verheugen met gejuich". Hier is de uitdrukking van betoonde zaligheid op 't sterkst. Het wil zooveel zeggen als, dat ge U er geen denkbeeld van kunt maken, hoe groot toch wel die verheuging Gods is. De sterkste uitdrukking is nog te zwak om die weer te geven. Onze taal is te arm om zulk eene liefde, zulk eene blijdschap Gods uit te drukken.

Sluiten