Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarde. De apostel Paulus ondervond dit bijzonder, toen hij werd opgetrokken in het paradijs en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het eenen mensch niet geoorloofd is te spreken.

En niet alleen bewijzen zulke voorbeelden, dat de hemel geopend is, maar inzonderheid ook de teekenen van Gods tegenwoordigheid bij ons toonen, dat de weldaden uit den geopenden hemel ons toevloeien. Zullen we wijzen op de heerlijke wonderen, die door den Heere Jezus Christus gedurende zijne omwandeling op aarde werden verricht? Inzonderheid op het wonder te Kana in Galilea, waar water in wijn werd veranderd en Jezus zijne heerlijkheid openbaarde? Of moeten we nog gewezen worden op al die weldaden, die we naar 't stoffelijke en geestelijke, voor tijd en eeuwigheid, uit den hemel ontvangen? Inzonderheid dan de volle openbaring des Verbonds, de rijke aanbieding van genade op grond van het volbrachte werk van Jezus Christus! Ja, de hemel is geopend. En gij, die zoo menigmaal uit nood, jammer en ellende verlost zijt, moet dit toestemmen; want de barmhartigheid Gods kon U toch alleen uit den geopenden hemel toevloeien.

In het bijzonder echter blijkt ons, dat de hemel is geopend uit welbehagen, wanneer de levende God zelf zich ten leven mededeelt aan ons. De Heilige Geest toch komt tot ons, vaak reeds in onze prille jeugd, en werkt het beginsel des levens in oüs. Hij blijft in ons wonen en werken. Het Woord Gods wordt ons toegepast. Als zondaren en zondaressen leeren we genade zoeken en op Christus' verdienste vertrouwen. Vrede en blijdschap wordt er in en door Christus gesmaakt. De levende God deelt zijne verborgenheid ons mede. Welnu, waar ge dit alles moogt smaken en ge moogt getuigen, dat ge eene zaligheid, eene , vreugde kent door God in Christus, zoodat in de diepste paden van kommer, en wee nochtans uw hart van vreugde opspringt in den Heere; welnu, is dan de hemel niet geopend? Zoudt ge bij een gesloten hemel zooveel blijdschap kunnen genieten? Blijkt dan niet het welbehagen Gods?

II. Van die zaligheid nu spreekt ook onze tekst. Hij leert ons toch, dat de geopende hemel ons juist die zaligheid schenkt, daar nu de „engelen Gods opklimmende en nederdalende zijn." De Heere zegt tot Nathanaël, dat dit zou gezien worden. Hiermede wordt niet

Sluiten