Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo had Satan weer toegang verkregen en waren vele ongerechtigheden in Corinthe openbaar gekomen. Evenals zoovelen gestadig bezig zijn om maar te keuren of de dienaren des Woords wel de rechte personen zijn en dan steeds allerlei weten aan te merken, ja zelfs hun staat en roeping aantasten, maar — vergeten zichzelven te beproeven, zoo waren er ook velen te Corinthe, die o zooveel op Paulus' zending en op de waarheid, die hij predikte, wisten aan te merken. Want zijne leer strookte niet met hunne inzichten. Door genade zalig te worden, zonder de werken der wet, was voor den eigengerechtigen Jood al te vernederend. Neen, de prediker van zulk een Evangelie, waardoor de mensch zoo diep vernederd werd, kon geen waar Apostel zijn. Hij was immers een verachter van Gods Wet! Maar, bij al die hoogmoedige gedachten vergaten ze een blik te slaan in eigen hart en zichzelven te onderzoeken of zij in het geloof waren. Daarom maakt hier Paulus die scherpe tegenstelling. Zie, gij zoekt eene proeve van Christus, die in mij spreekt, terwijl de krachtige bewijzen van mijne zending en arbeid onder U overvloedig zijn, zoo ge daarvoor uw oog maar niet sloot; maar zoekt veeleer eene proeve van uzelven, want ik hoor van zoovele twisten, nijdigheden, toorn, gekijf, achterklap enz. enz., dat wel eens ernstig, ja zeer ernstig mag worden onderzocht of gij in het geloof zijt. Tot driemaal toe, in onzen tekst, wijst de Apostel hen op zichzelven : „Onderzoekt uzelven, of gij in het geloof zijt, beproeft uzelven. Of kent gij uzelven niet, dat Jezus Christus in U is?" Met alle kracht wordt dus de nadruk daarop gelegd. En deze nadruk wijst ons tevens op den ernst van den Apostel, die niets méér ducht dan dat de Corinthiërs zouden vervallen in verwerping der waarheid en verachting van de genade Gods.

„Onderzoekt Uzelven", hetgeen zooveel wil zeggen als: stelt Uzelven op de proef door uw. tegenwoordigen toestand te vergelijken met wat hij moet zijn naar den regel van een waar geloof.

En dan: „beproeft Uzelven", waarmede gedoeld wordt op een onderzoek naar de echtheid eener zaak of naar de waarde van een persoon. En dit vermaan ik U niet, opdat ge aan de echtheid uwer bekeering zoudt twijfelen, maar opdat ge eene heldere bewustheid zult hebben van wat God in U heeft gewerkt. Gij beproeft mij (vs.. 3) om mij te verwerpen, ik vermaan U tot zelfbeproeving, op-

Sluiten