Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kiezen of deelen. De halfheid, waarin zoolang de kerk heeft geleden, moet ophouden. Christus is in TJ of Hij is 't niet. Ja ook op dit laatste wijst ons de Apostel, wanneer hij ons tot kloeke beslistheid opwekt. Zingen we nu eerst: Ps. 26 : 2, 3 en 8.

HL „Tenzij, dat gij eenigszms verwerpeüjk zijt". Dat wil zeggen: Ge zult moeten erkennen, dat Christus in TT is, wanneer gij geene onechte Christenen zijt. Het grondwoord wil hier zeggen r „dezulken,

die de proef niet kunnen doorstaan". Wanneer derhalve de zelfbeproeving, zoo die bij hen zuiver kon geschieden, niets anders aan het Hebt zou brengen dan werken des vleesches, eigengerechtigheid en zondelust, maar geen spoor van liefde tot Christus te vinden ware.

Nu dan, een van beide is waar. Jezus Christus is in U en dan zijt gij een echt Christen, of Hij is niet in U en dan zijt ge een Christen in naam, een naam-Christen. Beiden kunnen in de gemeente zich bevinden. Niet allen, die in de kerk zijn, zijn ook van de kerk. Er kunnen allerlei uitwendige, vaak zondige redenen zijn, waarom men zich bij de kerk voegt. Alleenlijk, zoolang dit niet met overtuigend bewijs openbaar is geworden, blijven we U als waarlijk van de kerk zijnde beschouwen en verwachten we dan ook, dat ge als zoodanig U steeds meer en meer zult openbaren.

Maar, en hierop doelt de Apostel, ook voor uw eigen bewustzijn moet dat meer en meer helder worden. Langs den weg van zelfonderzoek komt ge tot meerder beslistheid, daar het toch maar een van beiden kaa**2ijn: een echt Christen of een naam-Christen.

Wanneer we nu nagaan, waarin de kenmerken van een echt Christen gelegen zijn, dan moet allereerst opgemerkt worden, dat een echt Christen niet volmaakt is en zonder zonden. In vijandschap wordt dit wel geëischt door de wereld, maar de werkelijkheid kan daaraan niet beantwoorden. Met gedachten, woorden en daden blijven de geloovigen telkens meer Gods geboden overtreden. Maar met een groot verschil bij de wereld. Uiterlijke en geruchtmakende zonden worden met kracht tegengegaan en komen daardoor veel minder voor dan bij de wereld, die zonder God leeft. En, waar er overtreding is van Gods geboden, daar is onrust, straks gevolgd door droefheid en ware verootmoediging voor Gods aangezicht. Ware geloovigen zijn dus niet volmaakt, maar toch tot God bekeerd en

Sluiten