Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE VERMANING OM CHRISTUS AAN TE KLEVEN.

LEERREDE OVER HEBREEN 13 : 13 en 14. Lezen: Hebr. 13 : 1—19. Zingen: Ps. 68 : 7; Ps. 16 : 6; Ps. 73 : 12 en 13; Ps. 126 : 3.

Geliefden in den Heere!

Het zal voorzeker niemand onzer eene onverschillige zaak zijn, hoe onze maatschappelijke toestand is. In tijden van geestelijke opwinding en daaruit vloeiende zelfmisleiding komt het wel eens voor, dat men stoffelijke zegeningen miskent en verwerpt, maar in den regel zijn we nog algemeen van meening, dat armoede is af te bidden en een matig bezit is te verkiezen; dat onderdrukking, leed, kommer en ziekte behooren tegengegaan te worden en betamelijke vrijheid, gezondheid en vreugde mogen worden gezocht. Vandaar dan pok, dat tegen onrecht en allerlei verkeerde handeling mag en moet geprotesteerd worden en alles in het werk moet gesteld worden om recht te verkrijgen. Zoo blijkt dan, dat ook de regeering van stad en land voor Christenen in 't geheel geene onverschillige zaak is en er dan ook moet gewerkt worden met alle gepaste middelen om ook in deze zaak te verkrijgen wat tot voordeel kan verstrekken en gelijk Christenen dat behooren te verlangen. Wie niet door over-geestelijkheid is aangetast zal dit gereedelijk toestemmen. En toch ligt ook hier een gevaar voor de hand. Men kan zoo lichtelijk vergeten, dat de genoemde zaken, hoewel van groot belang, nochtans maar tijdelijk zijn. Evenals ge op reis zijnde niet zegt, dat logementen, wachtkamers en reisgelegenheden U niet aangaan. Volstrekt niet, want ge hebt er telkens mee te maken. Maar, en hierop dient gelet, die logementen, wachtkamers en reisgelegenheden dienen slechts voor tijdelijk gebruik en ze zijn niet het doel uwer reis. Ge

Sluiten