Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij niet altoos in deze trouwelooze wereld behoeft te verkeeren, dat hij hier geene blijvende stad heeft? Neen, ze zijn gelukkig ook daarin, dat ze deel hebben in dat onveranderlijk Verbond Gods, zoodat niets hen kan scheiden van de liefde Gods en ze ook weten, dat ze niet om het glibberen van hunnen voet worden verworpen, maar vervangen. Hier hebben ze geene blijvende stad, maar daartegenover staat, dat ze recht hebben op de eeuwige heerlijkheid en gelukzaligheid. Niet, dat dit recht in hen ligt, maar alleen in Christus' verdienste, hun toegerekend en daarom niet minder zeker, maar integendeel daardoor juist volkomen zeker en ontwijfelbaar. En juist daarom zal het klatergoud dezer wereld, die voorbijgaat, hen niet duurzaam kunnen behooren.

Want wij hebben hier geene blijvende stad — en eene blijvende stad hebben we juist noodig — maar wij zoeken de toekomende — en die .is blijvende. Derhalve belijden wij dan ook eene kennis des geloofs te bezitten omtrent de toekomende goederen. Ook daaraan heeft een bloot historisch geloof geen deel. Het verstaat niet, dat we hier geene blijvende stad hebben en nog veel minder, dat we de toekomende zoeken. Gewoonlijk is men op dit punt Roomsch, en zegt dan, dat we die toekomende dingen maar moeten afwachten, maar dat we er eigenlijk niets met zekerheid van kunnen weten. Neen, Geliefden, zoo is de waarheid niet. Zij, die waarlijk gelooven, weten ook dat er een prijs is te verwerven. Die prijs is hun deel door Christus' verdienste en zij kennen hem en hebben hem lief en zien er naar uit door het geloof. En nu weten ze dat die prijs nog moet worden verkregen, dat er nog een loopbaan moet doorworsteld worden om hem te bereiken, dat daartoe ook moet afgelegd worden al wat in die loopbaan hindert of ophoudt. Ze zoeken de toekomende stad, namelijk de stad des levenden Gods, het hemelsche Jeruzalem. Ze zoeken die stad, waar rust is voor de geloovigen na al hun moeite en strijd; die stad, waar de eeuwige Sabbath in volmaaktheid zal worden gesmaakt. Ze zoeken die stad. Niet, dat ze die verloren hebben en niet kunnen vinden en ze overal moeten zoeken, waar zij te vinden zou zijn! Neen, dat de stad er is, weten ze en dat ze ook deel hebben aan die stad als burgers mogen ze door het geloof in meerder of minder mate met zekerheid genieten; maar als hier sprake is van zoeken, dan wordt gedoeld op een streven, een trachten

Sluiten