Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. DE EERSTE BEWONERS.

1. Van de allereerste bewoners kennen we de geschiedenis niet. We weten iets van hen, door wat ze nalieten : hunnebedden, koepelgraven of urnen. Verder hebben opgravingen iets omtrent hun leefwijze en beschaving aangetoond.

Hunnebedden, reuzengraven. In 't Oosten van ons land, maar ook wel in andere Europeesche landen. Ze waren oorspronkelijk geheel met aarde en zand bedekt; dit is er in den loop der eeuwen afgewaaid en geregend.

Omdat we van de oudste bewoners geen geschreven berichten hebben, kunnen we hun geschiedenis niet kennen.

2. Duidelijker wordt de toestand pas, als hier Germanen wonen. Niet dat we door hen zelf wat weten, maar hun lotgevallen en leefwijze zijn beschreven door de beschaafde Romeinen.

Dit moet men zich zóó voorstellen: Zooals wij de „geschiedenis" van wilde stammen in Afrika kennen door ontdekkingsreizigers, zoo spraken en schreven de Romeinen over onze voorouders.

De Germanen woonden in verschillende deelen van ons land. 't Meest bekend zijn de Friezen, die langs de kusten woonden, en de Bataven die tusschen Rijn, Waal en Maas hun woonplaatsen hadden. Van de vestiging dier stammen is weinig met zekerheid te zeggen.

3. Wat Godsdienst en beschaving betreft, lette men op het volgende :

a. de Germanen waren nomaden, dus bestond geen of

weinig behoefte aan tempelbouw, afgezien van het feit

dat ze. dit niet konden ook. h. hun godsdienst was natuurdienst, in de natuurkrachten

vereerden ze hun goden (geef daarvan voorbeelden !). c. verschillende volksgebruiken uit den heidenschen tijd

leven nog. (Paaschgebruiken, kerstboom e.d.) *

Sluiten