Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. de meeste ambtenaren waren analphabeten.

b. wegen waren zeer zeldzaam en slecht.

c. de bevolking was zeer gemengd.

d. het heidendom was nog niet verdwenen.

e. het snelste vervoermiddel was het paard.

Al die bezwaren heeft Karei met succes' bestreden.

2. Zijn ideaal was : een universeel rijk met een universeelen godsdienst. <s£Ëh*

Herstel van het Romeinsche rijk stond hem voor den geest. Daar was de keizer onbetwist alleenheerscher, over staat en kerk.

Dit streven had tot gevolg :

a. uitbreiding van het Christendom. Zoo noodig met het zwaard (Saksen).

b. in kiem reeds de botsing met de andere grootmacht „den paus" !

3. Bij het bestuur werd het land verdeeld in gouwen, aan het hoofd waarvan een ambtenaar, een graaf stond. Het werk van die graven was : 1. rechtspreken, 2. troepen aanvoeren, 3. belasting innen. Op den duur worden deze heeren meer en meer zelfstandig.

De uitgestrektheid van het rijk verhinderde, dat de oude volksvergaderingen werden gehouden, alleen de aanzienlijken kwamen nu. Maar de Keizer reisde van plaats tot plaats en hield dan voor een bepaalde streek „rijksdag" (vgl. onze bondsdagen).

4. Voor de beschaving heeft Karei veel gedaan.

a. Het Christendom werd bevestigd.

b. De landbouw werd belangrijk verbeterd.

c. Door de rust in het rijk werd de handel bevorderd, Dorestad was het „Nederlandsche" middelpunt.

d. Oude volksverhalen werden opgeteekend.

e. Onderwijs (in de kloosters) werd bevorderd. Blijvende eenheid werd niet bereikt, op den duur scheurde het rijk. Ook vijanden van buiten deden het veel kwaad. In het Noorden de Denen en Noren en aan de Spaansche grens de Muzelmannen.

Vragen:

1. Weet u waar Karei de Groote vaak vertoefde ?

2. Welke bezwaren zijn er tegen Kareis methode van evangelieverkondiging ?

Sluiten