Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van het begin af waren er in de Gereformeerde kerk twee stroomingen. De echte Calvinisten, die men preciesen had genoemd, stonden tegenover de Libertijnen, de rekkelijken. De laatsten waren niet Roomsch maar nog veel minder Calvinist. Hun geestelijke vader was Erasmus.

De theologische geschillen laten we aan de kerkhistorie ! Merk echter op dat de rekkelijken, den vrijen wil van den mensch leerden en dus de uitverkiezing loochenden. In de Remonstranten is dit standpunt toegespitst. Een aanvang nam het conflict toen de leerlingen van Arminius op den preekstoel afwijkende meeningen verkondigen gingen. De eenig goede oplossing zou geweest zijn, dat de kerken zelf in synode bijeen, over deze leergeschillen uitspraak hadden gedaan. Echter werd de staat in deze zuiver kerkelijke aangelegenheid gemengd. De Gomaristen voelden het meest voor een Nationale Synode, de aanhangers van Arminius wilden de kwestie provinciaal behandelen.

3. De Staten van Holland werden in de zaak gemengd, toen de Arminianen daar een vertoog, een Remonstrantie, indienden.

Eerst gelastten de Staten, dat er vrede in de kerken moest zijn en dat men de geschillen niet op den kansel mocht brengen. Hiervan was het gevolg, dat in sommige plaatsen Contra-Remonstrantsche predikanten werden vervolgd en godsdienstoefeningen werden belemmerd (slijkgeuzen)".

Dan volgde een forscher ingrijpen. In 1617 namen de Hollandsche Staten met kleine meerderheid aan de z.g. Scherpe Resolutie.

Resolutie = besluit. Alle besluiten der Staten werden opgeteekend in een resolutie-boek. „Scherp" werd deze resolutie door haar bestrijders genoemd. De inhoud van dit stuk was dom en uitdagend, bepaald gevaarlijk was de bepaling, dat het leger alleen behoefde te gehoorzamen aan de betaalheeren, dus aan de Staten, niet aan den kapitein-generaal Maurits. Dit had tot burgeroorlog kunnen leiden.

4. Nu grepen ook de Staten-Generaal in. Maurits en de Friesche stadhouder stonden aan hun zijde, Oldenbarnevelt was dq voornaamste verdediger van het Statenbesluit.

Het ging hier om een politieke zaak; zal het gewest souverein zijn, of zullen de Staten-Generaal het hoogste gezag in het land hebben ?

Sluiten