Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun verval. Zijn gedachten wereld was die van de 18e eeuw. Van volksinvloed op de regeering wilde hij niet weten, vandaar dat in den loop der jaren herhaalde botsingen kwamen met liberaal getinte staatslieden.

Willem. I zou men in een vorige eeuw „verlicht despoot" genoemd hebben. Immers de verlichte despoten beschouwden het I als hun plicht alles te doen voor hun volk. Ze heerschten absoluut, bemoeiden zich met het gansche menschelijke leven, ook met het godsdienstige. Maar het volk invloed geven, daaraan dachten ze niet. Vandaar hun afkeer van een constitutie, van elke beperking van hun rechten.

2. Op alle gebied valt Willems werkzaamheid te bespeuren en te eerbiedigen.

Handel en nijverheid werden gesteund om ze tot nieuwen bloei te brengen. De oprichting van de Nederlandsche Handelmaatschappij (1824) was van groot belang voor het verkeer met Indië. De ijzerindustrie in het Luiksche, de textiel in Brabant en Twente werden krachtig bevorderd. De koning-koopman had er zelf zijn geld voor over om de zaken op gang te helpen. Verder werden tal van verkeerswegen geopend, kanalen gegraven, zelfs een spoorlijn kwam tot stand (1839 de eerste lijn Amsterdam-Haarlem).

3. Met de Staten-Generaal en met de ministers vlotte het minder. De koning wou over alles zelf gaan, adviezen hoorde hij wel, maar hij deed zijn eigen zin. Krachtige mannen konden al spoedig niet met hem samenwerken, alleen wie gehoorzamen kon, uitsluitend ambtenaar was, kon met hem overweg. Van Hogendorp b.v. was het in vele opzichten met den vorst oneens, hij moest geleidelijk al zijn openbare functies neerleggen. Want zijn critiek was niet aangenaam, hoewel achteraf bleek, dat hij in vele opzichten gelijk had.

De koning regelde vele zaken bij Koninklijk Besluit, die eigenlijk door de Staten-Generaal moesten worden behandeld. Ook het toezicht op de geldmiddelen werd aan de Kamers onttrokken. Dit alles prikkelde de liberaal-denkenden tot verzet. Van partijen kan men dan niet spreken, hoogstens van richtingen. De liberalen wilden de volksvrijheden door de Fransche Revolutie verkregen, niet prijsgeven.

4. 's Konings lust tot regelen deed hem ook op kerkelijk gebied komen. De Gereformeerde Kerk, in de oude Republiek staatskerk, was in den Franschen tijd gelijk aan alle andere kerken gesteld. Na veel gepraat was onder koning Lodewijk een oplossing gemaakt. De bezittingen der kerk

Sluiten