Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij den Heer P. Wilson te Hilv ersum is een kleine brochure verschenen, waarin aan de Sabbatisten en Zevendedags-Adventisten 21 stuks, naar het oordeel van den schrijver vernietigende vragen worden gericht. Aan die vragen heeft het Zoeklicht van 2 Maart j.1. in breeder kring publiciteit gegeven. Deze vragen werden in het openbaar gesteld. Daarom wensch ik ze ook in het openbaar te beantwoorden.

De eerste vraag luidt:

L Vertelt ons door wien, waar en wanneer aan de Volken is geboden de Wet van Mozes te houden? Rom. 2 : 14.

Antwoord. God heeft maar één volk gekend, waaraan Hij zich op bijzondere wijze heeft geopenbaard en waaraan Hij Zijne Wet heeft gegeven. Deze vraag is dus niet ad rem.

P s. 147 : 19, 20: Hij maakt Jakob Zijne woorden bekend, Israël Zijne inzettingen en Zijne rechten. Alzoo heeft Hij geen volk gedaan, en Zijne rechten die kennen zij niet. Deut. 14 : 2: Gij zijt een heilig volk den Heer Uwen God en u heeft de Heere verkoren om Hem tot een volk. des eigendoms te zijn uit al de volken, die op den aardbodem zijn.

Veel meer teksten van gelijke strekking zouden we kunnen aanhalen, waaruit blijkt dat de Volken stonden buiten den geopenbaarden wil des Heeren.

De Apostel Paulus leert het ons zoo duidelijk in zijne brieven aan de Romeinen en de Efezen, dat wij door het geloof in Christus uit de Volken worden uitgeleid en ingelijfd bij. dit bijzondere, uitverkoren volk, bij het ware Israël.

E f. 2 vs. 11—19. Daarom gedenkt dat gij die eertijds Heidenen waart, dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende en zonder God in de wereld. Maar nu zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus, want Hij is onze vrede, die deze beiden (Jood en Heiden) één gemaakt heeft. . Zoo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburger;, der heiligen en huisgenooten Gods.

Hieruit zien we dus duidelijk, dat de Heidenen door het geloof in Christus ingelijfd worden bij het Oude Verbondsvolk Israël. Dus de geloovige Jood en de geloovige Heiden zijn één in Christus en vormen tezamen het Geestelijk Israël. Beiden zijn ze opgenomen in het Verbond dat God met Abraham, Izaak en Jacob gemaakt heeft.

Gal. 3 : 29: Indien gij van Christus zijt, zoo zijt gij Abraham's zaad, en naar de beloftenis erfgenamen.

Sluiten