Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

right schijnt wel vurig van geest te zijn geweest, want meer dan 1000 menschen tot den Sabbat bewogen te hebben, dit is werkelijk geen kleinigheid. Verder meer dan 20 maal den Bijbel vers voor vers gelezen te hebben en iedere tekst, regel en woord die van den Sabbat spreken onderzocht te hebben, is wel een bewijs dat hij er wel wat voor over heeft gehad. Maar wanneer het slot van onderzoek dan is, dat de geheele Bijbel getuigde tegen het vieren van den zevenden dag, dan heeft hij blijkbaar overal het oordeel Gods gelezen op het houden van den Sabbat.

Het zou voor de geestverwanten van den Heer Canright wel de moeite waard zijn eens te lezen Jeremia 17 ; 21—27.

De vraag mag wel gedaan worden of de Heer C. door denzelfden Geest geleid is als de Apostelen, die onder zulk een krachtdadige leiding des Heiligen Geestes stonden dat zij vreemde talen spraken en teekenen en wonderen deden. Een getuigenis als van Canright was hun echter geheel vreemd, de Sabbat bleef ongerept voortbestaan. Nu heeft Canright 20 maal zijn Bijbel onderzocht, doch de ■Joden hebben den Bijbel (tenminste het oude testament) misschien wel 200 maal onderzocht, maar hebben daarin tot op heden den Christus nog niet gevonden, alhoewel al wat de Christus wedervaren zou van kribbe tot kruis er duidelijk in te vinden is. Zelfs is er veel dat vervuld is door de Heidenen, zooals het bevel van beschrijving door Keizer Augustus, waardoor Jezus te Bethlehem geboren werd; het verdeelen der kleederen door de Romeinsche soldaten; het loten om den rok en het niet breken van de beenderen, zooals bij de moor denaars, verder het doorsteken van Zijne zijde, enz., wat alles duidelijk in het profetisch woord wordt omschreven. En ondanks dit alles vinden de Joden daarin den Christus niet. Blijkbaar onderzoeken de Joden op dezelfde wijze als de Heer Canright.

Wat de Bijbelteksten betreft, door den Heer Wilson aan het slot gegeven, daarop antwoorden wij, dat wij den Bijbel van Gen. 1 tot üpenb. 22 als het Woord van God erkennen. Wanneer dus de heer Wilson meent, dat de beginselen van de Z. D. Baptiste-Gemeente in strijd zijn met deze teksten, dan kan men ons dit aantoonen en wij zullen hem gaarne van antwoord dienen.

Hiermede meen ik voldoende de vragen van den Heer Wilson beantwoord te hebben. Mijn wensch is, dat deze vragen en antwoorden de lezers brengen mogen tot onderzoek van het Woord van God, dan kan er zeker nog iets goeds uit geboren worden. De Heere helpe en leide u in dat onderzoek door den Geest der Waarheid.

Het was ons een groot genoegen, dat wij door het beantwoorden van de door den Heer Wilson gestelde vragen nog eens weer hei volle licht mogen laten schijnen op den heiligen eisch van het Sabbatsgebod.

Sluiten