Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog altoos, ook eens herwaarts te kunnen reizen, daarom heeft hij voor die benoeming niet bedankt, maar die aangehouden.

De Leeraar, die hiertoe is benoemd en die betrekking bereidvaardig heeft aanvaard, hoe zwaar ook voor hem, daar hij eene geliefde Gemeente moest verlaten en zijne vijf moederlooze kinderen aan de zorg van familie en vrienden overlaten, is de Weleerwaarde Heer D. Postma.

De lastbrief die Zijn Weleerwaarde is ter hand gesteld, luidt als volgt:

LASTBRIEF.

De Synodale Commissie der Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland heeft benoemd en benoemt bij; dezen den Weleerwaarden Herder en Leeraar D. Postma tot Afgevaardigde naar de Transvaalsche Republiek in Zuid Afrika.

. Het is het verlangen der Commissie, dat genoemde Broeder zich naar de Transvaalsche Republiek begeve, ten einde op de plaats zelve onderzoek te doen naar den godsdienstigen toestand van onze stamverwanten en geloofsgenooten aldaar, broederlijlfce betrekkingen met hen aan te knoopen, en in alles te handelen gelijk het hemzelven het nuttigst zal voorkomen in het belang van Gods Koninkrijk en van onze stamverwanten en geloofsgenooten op Zuid Afrika's Oostkust.

Een ieder wien deze lastbrief vertoond zal worden, verzoeken 'wij tot het gezegde einde onzen genoemden Broeder in alles met christelijken raad en daad behulpzaam te zijn.

Van onzen Afgevaardigde verlangen wij zoodra mogelijk een verslag van zijne verrichtingen te ontvangen; en wenschen dat de Heere onze pogingen zegene tot prijs van zijnen grooten Naam. Hij geleide en beware onzen Broeder en geve hem Zijnen Geest en genade in ruime mate, om ook anderen te kunnen dienen! Amen.

De Synodale Commissie der Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland.

(Get.) S. VAN VELZEN,

Leeraar aan de Theol. School te Kampen. A. BRUMMELKAMP, idem. H. JOFFERS, V.D.M. te 's Hage.

Gegeven te Kampen, den 26sten Maart 1858.

Sluiten