Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 11.

Wördt aan den Leeraar opgedragen eene schriftelijke bedanking of erkentenis namens de Vergadering te doen toekomen aan die heeren, welke gronden aan de Kerk op Rustenburg geschonken hebben.

Art. 14.

Zijn Hoog Edel Gestrenge, de Generaal Schoeman, belooft ter bouwing van de Kerk te Rustenburg, gratis te zullen leveren achthonderd voet planken.

Art. 16.

De Broeder D. Krugeé verbaalt iets van zijne reis naar de Kaapkolonie en zegt dat vele Broeders zich daar, alsook in den Vrijstaat, innig verheugen over de oprichting onzer Kerk en reeds voor de bouwing van Kerk en Pastorie al wat hebben bijgedragen en voornemens zijn nog meer .te doen. En dat zij daar sterk verlangen naar onze komst en hulp, ten einde zij ook in onze Kerkgemeenschap mogen deelen. De Vergadering verblijdt zich zeer dat te vernemen en bedankt Zijnedele voor het bericht.

Art. 17.

Opgedragen aan den Leeraar, Broeder J. J. Venter te verzoeken Ds. Callenbach, in Nederland, te bedanken voor zijne gedane bemoeiing, en dat wij niet verder met Zijneerwaarde over die zaak in correspondentie treden, naardien Gods goede voorzienigheid nu uitkomst heeft gegeven.

Art. 18.

Wordt met algemeene stemmen besloten, dat Ds. Postma nog eenen Leeraar voor onze Kerk in deze Republiek zal beroepen uit de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland. ■ Woning en tractement zal bij zijne komst nader geregeld worden Maar de overkomstkosten worden bepaald op honderd en vijftig pond sterling.

Derde Algemeene Kerkvergadering van de Gereformeerde Kerk in de Zuid Afrikaansche Republiek, den 29sten Juli 1859, te Rustenburg.

Sluiten