Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(N.B. Zoo is het alles te zamen publiek medegedeeld door onze Staatscourant, en ook opgezonden aan de Gereformeerde Kerkbode van de Kaap.)

De Zittingen van dezen dag gesloten met het zingen van vers 6 en 7 van den Avondzang en dankzegging door den Leeraar.

Art. 17.

De Commissie, benoemd in art. 3 der vorige Vergadering, doet verslag van hare reis naar den Vrijstaat. En deelt der Vergadering mede, dat zij op het verlangen der Broederen aldaar eene Gereformeerde Kerk heeft gesticht, die niet ons in ééne Kerkgemeenschap wenscht te staan en ook onze Kerkorde voor de hare heeft aangenomen.

Tevens, dat zij ook hebben verzocht, dat Ds. Postma haar, zoolang hare behoefte het vordert, mocht dienen als Consulent, hetwelk de Commissie onder goedkeuring dezer Vergadering heeft toegestaan.

Z«neerwaarde heeft op verlangen van dien Kerkeraad dan ook reeds voor de Gereformeerde Kerk in den Vrijstaat eenen Leeraar beroepen uit de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk in Nederland.

De Vergadering geeft met blijdschap hare goedkeuring over het verrichtte door de Commissie en betuigt haar haren innigen dank.

Art. 21.

Wordt besloten tot eene Kerkehjke reis naar het N. Oosten van de Republiek en op uitnoodisring van den Leeraar, verklaren de Ouderlingen Ant. Erasmus en G. van der Linde zich bereidvaardig Zijneerwaarde derwaarts te ver-

geEn!6 vandaar teruggekeerd, zoo de Heere wil, gaat de Ouderling Ph. Schutte weder mede naar den Vrijstaat ot anders J. A. Venter, Ouderling te Schoonspruit.

Kerkeraadsvergadering van de Gemeente te Rustenburg den 8sten October 1859.

Art. 7.

De Leeraar geeft der Vergadering te kennen, dat Zijneerwaarde van den Uitvoerenden Raad een verzoek ontvan-

Sluiten