Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En dit zij toch het streven van Overheid en onderdanen, om God te dienen naar Zijn Woord!

Hoog Edele Heeren!

Uwe gehoorzame Dienaren,

De Kerkeraad en Gemeente voornoemd en vanwege dezelve:

(Get.) D. POSTMA, V.D.M. en Pneses.

J. F. ROBBEBTSE, Ouderling, in 1. Scriba."-

Art. 7.

De Leeraar doet eene opwekking tot getrouwheid aan de reine leer en dienst van God, gepaard met eene bemoediging en laat zingen Ps. 74 : 21, 22, en wekt de Gemeente op, om hem te volgen in een ernstig gebed.

Pauze.

Art. 9.

Voorgelezen brieven van de beroepene Leeraren J. W. te Bokkel, voor de Kaapkolonie, H. de Cock, voor den Vrijstaat, J. Beijeu, voor de Republiek. De beide eerstgenoemden hebben bedankt. Maar Ds. Beijeb is genegen om over te komen.

Doch doordien de beide eersten bedankt hebben en de laatste genegen is te komen, doet de Leeraar het voorstel, om aan den Kerkeraad van den Vrijstaat af te staan het beroep op Ds. Beijer, opdat daar maar eerst voorziening zij, ten einde hij als Consulent van dien Staat en van de Kolonie, des te spoediger eenige verlichting moge bekomen.

De Vergadering en Gemeente stemmen hiermede overeen en Zijneerwaarde wordt het opgedragen dien Kerkeraad dat voor te stellen.

Openbare Kerkeraadsvergadering te Rustenburg, den 6den Juli 1861.

Art. 2.

De Leeraar deelt der Gemeente mede de Memorie, die de tegenwoordig zijnde Leden des Kerkeraads met hem geteekend en verzonden hadden aan den Uitvoerenden Raad dezer Republiek.

Sluiten