Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu wordt de afgebrokene discussie hervat en besloten: Voorts als Gereformeerde Kerk in de ware Christelijke Vrijheid voort te wandelen met de hulp en de genade des Heeren, onaangezien hoe ook de Overheid met ons handelt.

Art. 5.

Wordt besloten aan de wettige Regeering in te dienen eene Memorie over zaken, die de Kerk betreffen en die te stellen in handen van den Weledel Grestrengen Heer J. S. P. Kkuger, Kommandant van het distrikt Rustenburg, om die bij de eerstkomende gelegenheid voor de Algemeene Vergadering in te dienen bij de Hooge Regeering.

Deze Memorie luidt als volgt:

Aan onze Wettige en geëerbiedigde Overheid van de Zuid Afrikaansche Republiek.

Hoogedele Heeren!

De Algemeene Kerkvergadering der Gereformeerde Kerk met de Gemeente vergaderd te Rustenburg, den 27sten en 28sten September 1861, komt door dezen tot hare Wettige Overheid met billijke eisschen en verzoeken: ' 1°. Dat bij de Wet uitdrukkelijk bepaald worde, dat de eene Kerk niet meer over de andere heersche. 2°. Dat de Overheid niet meer voor de Kerk of Kerken heffe, noch bezoldige, maar dat elke Kerk voor hare éigene belangens zorge, onder geleide harer Opzieners en Diakens. Dit is naar het Woord des Heeren, zie Gal. 6 : 6. En het andere leidt tot vele verkeerdheden in Kerk en Staat, gelijk de geschiedenis van alle tijden leert en onze eigene ervaring, zelfs in dit land bevestigt. 3°. Dat de Overheid ook bij de Wet bepale, dat dc • huwelijksgeboden moeten gaan in die Kerk, waartoe de personen, die trouwen, behooren, zoo hier eene Kerk van hunne belijdenis bestaat, of anders: Da* de geboden den vereischten iijd aan het Kantoor moeten aangeplakt worden. En de Overheid ook niet meer eene opbrengst voor de Kerk heffe bij het trouwen, maar slechts voor de politieke kas en late aan elke Kerk zelve over, wat die al of niet van elk huwelijk voor de Kerkekas wil bepalen. 4°. Dat het later genomen besluit om op Licentie te kunnen trouwen, worde ingetrokken en voorts elk

Sluiten