Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. Onze Gemeente verkiest niet langer onder de heerschappij van eene andere Kerk te staan, maar verlangt van hare Burgerlijke Overheid als Wettige burgers van den Staat met dezelfde erkentenis en bescherming bedeeld te worden; daarom verlangt de Kerkeraad en Gemeente bovengenoemd, dat de geboden moeten gaan in de Kerk, waartoe de personen, die trouwen, behooren, opdat de Kerkeraad niet meer buiten de gelegenheid gesteld wordt kennis van de huwelijken zijner Leden te nemen, gelijk onlangs nog het geval is geweest.

2°. Dat onze Gemeente ook niet meer genegen is om» gedwongen, andere Kerken, met welke Sq'Jzieh niet kan vereenigen, te onderhouden, en daarom verlangt de Kerkeraad voornoemd, dat de opbrengst, die bij het trouwen voor de Kerk bestemd is, ook worde uitbetaald aan de Kerk, waartoe de betrokkene personen behooren. Maar nog Kever zouden wij zien, dat de Overheid bij het trouwen niets voor de Kerk ontving, maar dat aan elke Kerk zelve overlate.

"Weledele Heer!

Wij hopen, dat Uweledele zal beseffen, dat wij spreken in het belang der Gemeente, die wij vertegenwoordigen en in haren naam.

Dat Uweledele ook zal beseffen, dat wij bewonen eene Republiek, waarin aan alle wettige burgers eene gelijke behandeling moet geschieden.

Dat Uweledele zal beseffen, dat de burgers—ook onze Gemeente—gaarne hare Overheid eerbiedigen naar Gods Woord, en haar bezoldigen; maar dan ook vorderen zij, rechtvaardig behandeld te worden en niet blootgesteld te worden door toedoen van de Overheid aan overheerscbing van de eene Kerk over de .andere.

Wil onze geëerbiedigde Overheid rekenen op onze gehoorzaamheid en hulpe, dan vragen wij ook als burgers ons recht en eene gelijke behandeling.

In hope, dat Uweledele ons hoore en spoedig een gunstig antwoord geve, zijn wij

Weledele Heer! Uwe gehoorzame Dienaren,

De Kerkeraad voornoemd, enz.

Sluiten