Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 18.

De doop bediend in den naam "des Algemeenen Vaders" is onwettig op grond dat bet in strijd is met de door ons aangenomen doopsformule volgens Mattb. 28 : 19.

Art. 19.

Evenzoo wordt de doop, bediend door een' persoon, die geene zending van eenig wettig Kerkbestuur heeft ontvangen, niet als doop erkend, omdat volgens onze Belijdenis •en Kerkorde het bedienen van den doop op het innigst •samenhangt met de wettigheid van de zending.

De Kerkeraden worden opgewekt om bij aansluiting van lidmaten op deze zaak te letten, en mocht het bevonden worden, dat dus gedoopten tot onze Kerk overkomen, dan moet de doop aan hen nog worden toegediend.

Avondmaal.

Art. 20.

Op de vraag of men ook personen, die nog niet tot de gemeenschap onzer Kerk behooren, tot het EL Avondmaal zal'toelaten, wanneer zij zulks verlangen, heeft de Algemeene Vergadering verklaard:

Dat alleen buitengewone omstandigheden zulks zouden kunnen regtvaardigen, maar dat anders, waar gevestigde gemeenten onzer Kerk zijn, zulke personen zich behooren aan te sluiten, of naar elders te gaan.

Censuur. Art. 21.

Personen, die tot jaren van onderscheid zijn gekomen, en, nog geene belijdenis des gelooft afgelegd hebbende, zich schuldig maken aan censurabele zonden, zullen niet tot het doen hunner belijdenis toegelaten worden, vóór en aleer, zij, na behoorlijke vermaning, zich daarvan belteeren en blijken van verootmoediging geven;

Art. 22.

Een hdmaat onder den eersten trap van censuur zijnde, heeft nog recht van stemmen.

Belooning van afschriften van Doop en Lidmaatschap. Art 23.

De Algemeene Vergadering autoriseert de houders van •de kerkelijke Boeken>,voor elk bewijs van doop en lidmaatschap te vragen : twee shillings en zes pence als belooning voor de moeite.

Sluiten