Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zee gezien!" maar de man, die de diepten van den grenzenloozen oceaan peilt, de wereldreiziger, o! hij spreekt «iet eenen diepen weemoed, ontstaan uit het verlangen naar meerdere kennis: » wat kleine streep heb ik nog slechts bewandeld of bevaren van deze aarde; wat is het alles groot, wat daarbuiten ligt; wat zou ik eeuwen noodig hebben, om gindsche onmetelijke vlakten, bergen en zeeën zoo te beschouwen , als ik deze enkele streep beschouwde, en hoe oppervlakkig zag ik dan nog alles, en als in het voorbijgaan; wat zou ik op menige plaats niet weken, wat zeg ik, maanden getoefd hebben, om hetgeen er mij zoo wetenswaardig voorkwam van naderbij in oogensehouw te nemen, en met het mij reeds bekende te vergeleken, om zoo tot de heerlijkste resultaten te komen, die in zulk eenen onbegrijpelijken rijkdom overal te vinden zijn!"

2.

Zeer zeker is er geene wetenschap, welke een rijker tooneel biedt, dan de natuur zelve.

De natuur, die zich uitstrekt over al wat levend en levenloos is, de natuur, die wij zoo juist het Heelal noemen. Wij menscheh hebben haar in onderscheidene rijken gedeeld, wij hebben gesplitst en gescheiden tot in het oneindige, en van iedere wetenschap is wederom een kolos geworden, welke onder zijne eigene zwaarte schijnt te zullen bezwijken. Het is zoo. Wat wereld van beschouwing toch leveren de dieren, die eenen enkelen waterdroppel bewonen, op; wie be-

Sluiten